Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

43/53- Mat, als voren, doch de geheele oppervlakte der mat geruit en de ruiten afwisselend ongekleurd, zwart, rood, ongekleurd en rood, ongekleurd en zwart of rood en zwart geblokt. Gorontalo.

L. 200, br. 107 cM.

43/51. Als voren, doch de ruiten in de hoeken rood, ongekleurd of ongekleurd en rood, resp. zwart en oranje geblokt. De ruiten in het midden rood, ongekleurd of zwart, de ongekleurde doorsneden door een breeden zwarten streep met een ongekleurde lijn in het midden. Gorontalo.

L. 196 br. 65 cM.

43/43. Als voren (amongo), doch de hoeken rood of ongekleurd en geblokt, overigens gestreept met schuine, afwisselend roode, ongekleurd en rood of rood en zwart geblokte breede strepen. Gorontalo.

L. 182, br. 61 cM.

1926/624Als voren (amongo tiohoe), van tiohoe-xeeoeci diagonaal gevlochten, het grootste gedeelte ongekleurd, doch in het midden 18 rijen groote roode ruiten en daartusschen groepen afwisselend roode en ongekleurde reepen in ruitpatroon gevlochten. Gorontalo of Limboto.

L. 261, br. 163 cM.

43/52. Als voren, doch de hoeken rood of wit en zwart geruit, overigens door roode lijnen in vierkanten met een Andreaskruis in het midden verdeeld, die door een groQt aantal schuine zwarte strepen gekruist worden. De langsranden geblokt. Gorontalo.

L. 200, br. 76 cM.

1926/695*). Als voren (amongo tiohoe), de hoeken als bij n° 43/52, overigens door elkaar kruisende breede zwarte en geblokte roode banden in ongekleurd en rood of rood en zwart geblokte ruiten verdeeld. Gorontalo of Limboto.

L. 203, br. 87 cM.

1647/1115. Als voren (tipe*) fifikïlan), van diagonaal gevlochten moerasbiezen (pepMlè'n*), ongekleurd en rood met een patroon van roode vierkanten tusschen gestreepte, elkaar rechthoekig kruisende banen. Aan twee randen de reepen omgevouwen, aan de beide andere (lange) de reepen omgevouwen en weer ingevlochten, zoodat een dubbele rand ontstaan is. — Wordt onder een ledikant gelegd. Tondano.

L. 213, br. 135 cM.

43/42. Als voren (amongo), doch de hoeken ongekleurd of rood, de langsranden ongekleurd en rood geblokt. Overigens is de mat verdeeld in afwisselende enkele rijen verticale evenwijdige strepen of dubbele rijen ruiten. Gorontalo.

L. 184, br. 84 cM.

2050/2. Als voren, van ongekleurde en roode bladreepen diagonaal gevlochten. Twee tegenover elkaar liggende hoeken rood en de beide andere ongekleurd. Het vlechtpatroon bestaat uit ongekleurde figuren op rooden grond: vijf rijen ovalen, afgewisseld door kruisen. Daartusschen rijen grootere, begrensd door kleine ruiten. Langs den onder- en bovenrand een blokpatroon. Gorontalo.

L. 95, br. 66 cM.

1) Cat Bat. Gen. Suppl. I, p. 134, n° 6378.

2) Cat. Bat. Gen. Suppl. I, p. 134, n° 6378.

3) Jasper, Vlecktwerk, 118. — Schwarz, Tont. Wdb. 506, s. v.

4) Jasper, o. c. 36.

Sluiten