Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

smaller toeloopend. Om de randen van doos en deksel bamboehoepels, met afwisselend gele, roode of zwarte stukjes blad bekleed. Daaronder, resp. daarboven een dubbele band ongekleurde en zwarte reepen. Gorontalo.

Dm. van onderen 41 en 43, van boven 37 en 38, h. 21,5 en 21 cM.

1926/512 & 7661). Doozen, als voren, doch cylindervormig en van buiten door gekartelde lijnen in zwarte, roode en oranje driehoeken verdeeld. Op het bovenvlak van het deksel een vier- (766) of vijfpuntige (512) ster met een cirkel in het midden. De randen met zwarte reepen overtrokken. Gorontalo.

Dm. 30 en 15, h. 18 en 23,5 cM.

43/66. Doosje, als voren, doch in den vorm eener afgeknotte pyramide. De zijwanden van roode en zwarte, het bovenvlak van het deksel van roode (gevouwen) bladreepen. Langs de randen een reep vlechtwerk met uitgespaarde zwarte ruitjes. De benedenrand en de rand van het deksel met oranje, de bovenrand met zwarte bladreepen overtrokken. Gorontalo.

H. 7,3, 1. 16—18,5, br- 12—14,8 cM.

776/27. Als voren (abila), doch de zijwanden en het bovenvlak van het deksel rood gemarmerd (gevouwen). De randen met zwarte bladreepen omwoeld, gevolgd door een dubbele rij van zwarte en ongekleurde reepjes, naast de omwoeling bevestigd. — Om kleederen in te bewaren. Gorontalo.

H. 21,8, 1. 50,8—55, br. 38,5—40,5 cM.

1926/503*). Als voren (abila lombilombi biato1), doch rechthoekig, van afwisselend ongekleurde en rood gevlekte (gevouwen) reepen. Overigens als voren. Gorontalo. H. 16, L 33,5, br. 25 cM.

1926/502*). Als voren (abila6) tiladoé), doch de zijwanden en het bovenvlak van het deksel door gekartelde reepen in afwisselend roode, zwarte en oranje driehoeken verdeeld; op het midden van het deksel ook zwarte ruiten, door roode reepen begrensd. Langs de randen ongekleurde reepen met uitgespaarde zwarte ruitjes. Gorontalo.

H. 21, 1. 47, br. 32 cM.

300/1603. Als voren, doch van onderen rond, van boven afgeknot kegelvormig, van rood geverfde (gevouwen) /«««««-bladreepen; schotel vorm ig rond deksel. De randen van doos en deksel met ongekleurde en roode bladreepen overtrokken en daarnaast een dubbele rij ongekleurde en zwarte reepen. Aan den binnenrand van het deksel een breede oranje reep. Menado.

H. 15,2, dm. 13,5—25 cM.

43/69 en 1926/728*). Als voren, 69: abila palili, 728: abila palipalilingo, de vorm en het materiaal als voren, doch de «'/«^-bladreepen afwisselend bruin, rood en zwart. De randen gevolgd door een rij vlechtwerk met zwarte uitgespaarde ruiten (69) of door twee rijen ongekleurde en zwarte reepen (728). Het bovenvlak van het deksel uit ongekleurde, zwarte, roode en oranje driehoeken (69) of uit roode en ongekleurde reepen (728) bestaande. — Dient tot het opbergen van naaigereedschap en vrouwenhandwerk. Gorontalo.

H. 15 en 16,5, dm. 21,5—29,5 en 19—27 cM.

1647/1277. Mand7) (model), van ongekleurde, zigzagvormig gevlochten bamboereepen, rond, komvormig, de bovenrand van binnen en buiten met een rotanreep

1) Cat. Bat. Gen. Suppl. I, p. 133, n° 6364.

2) Cat. Bat. Gen. Suppl. I, p. 134, n° 6367.

3) JASPER, Vlechtwerk, 165.

4) Cat. Bat. Gen. p. 170, n° 2797.

5) Schröder, Gor. Wdl. 77, s. v. doos, n» 97.

6) Cat. Bat. Gen. Suppl. I, p. 134, n° 6369.

7) JASPER, Vlechtindustrie, pl. III: kalo. — Idem, Vlechtwerk, 124, 209.

Sluiten