Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

370/2046 *). Gras- of snoeimes, model, van ijzer, sikkelvormig gebogen, van binnen scherp, van buiten stomp, van boven cylindervormig en in een korten houten greep gestoken. Menado.

L. 30, 1. ijzer 20, br. 2,5, dm. greep 1,8 cM.

370/2047 *). Als voren, doch het lemmet recht, de rug convex, de snede alleen aan het ondereinde omgebogen. De ijzeren steel en houten greep als voren. Menado. I" 34,5, 1- ijzer 23, br. 3, dm. greep 2,2 cM.

370/2043*). Schop4), model, met uitgehold, ijzeren ondereinde. De ijzeren steel en de houten greep als voren. Menado. L. 28, 1. ijzer 14, br. 4,5, dm. greep 2,2 cM.

370/20456). Mes, model, de snede van boven concaaf, de rug met een convexe bocht naar de snede loopend. De ijzeren steel als voren. Zonder greep. Menado. L. 25, 1. lemmer 18, br. 3,7, dm. steel 2,6 cM.

370/3273Werktuig (tingkar ofpepekeP), gebezigd om de aardkluiten fijn te slaan. Model van hout, cylindervormig, het ondereinde verbreed en dakvormig (driehoekig in doorsnede) met afgebroken punt. Menado.

L. 38,8, dm. 2 cM.

43/14. Kapmes (peda9), het lemmet met flauw convexen rug, de snede van boven concaaf, naar onderen convex. Steelring van hoorn, greep van Gojava-hoat (Psidium guajava L.'), naar de snedezijde gebogen, met verdikt en ingekeept boveneinde. Scheede van linggoa-hoat (Pterocarpus indicus Willd.10), op dne plaatsen met een diagonaal gevlochten rotanband omwonden. De mond met een uitsteeksel aan de snedezijde. Daaronder twee kruisvormige verdikkingen, waardoor een draagband getrokken is. Schoen van hoorn, schuin afgesneden. Gorontalo.

39,5, 1« lemmet 28, br. 3,5, dm. greep 3,5—5, 1. scheede 38, br. 6—7 cM.

126/1 u). Monsters van de 57 voornaamste /««Y-soorten, geteeld op drooge velden in de Minahassa.

GROEP VI.

Middelen van vervoer'2).

905/5. Dra ag toe stel13) (epol), bestaande uit een poortvormig gebogen, dikken rotan, waartusschen drie dwarslatjes zijn bevestigd, terwijl op eenigen afstand van

1) Cat. Kol. Tent. Amst. 1883, io<= kl. n° 199.

2) Cat. Kol. Tent. Amst. 1883, 10e kL n° 199.

3) Cat. Kol. Tent. Amst 1883, Io« kl. n° 199.

4) Graafland, I, 154.

5) Cat. Kol. Tent. Amst. 1883, 10= kl. n° 199.

6) Cat Kol. Tent. Amst. 1883, io<= kl. n° 199/d.

7) Schwarz, Tont. Wdb. 320, s. v. pekel. Dit is de naam van een egge.

8) Schröder, Gor. Wdl. 97, s. v. „hakmes."

9) de Clercq, p. 311, n° 2862.

10) O. c. p. 312, n° 2883.

11) Serie 126 don. Prof. dr. P. J. Vbth, April 1871.

12) Graafland, De Minahassa, II, 404 vlg. — Meyer und Richter, Celebes, I, 33, 39—40, 43. — Kaudern, I Celebes obygder, I, 96. — Riedel, T. I. T. L. Vk. XVIII, 548—549.

13) Vgl. Meyer und Richter, o. c. pl. IV, fig. 13 en pl. VIII, fig. 11.

Sluiten