Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

breed, met een krul en reliëf aan den onderrand en eene diepe bekvormige insnijding aan den bovenrand, het ondereinde achthoekig. De scheede van geelbruin hout, op twee plaatsen met een aantal rotanreepen omwoeld, de mond en het midden der voorzijde met bloem- en bladvormig snijwerk en reliëf, het laatste in een ruit, versierd. N. (?)

L. lemmet 47,5, br. 2,9, 1. greep 15,5, br. 8, L scheede 52,5, br. 4,5 cM. Zie plaat VII, fig. 1.

499/43. Zwaard, als voren, doch het lemmet effen. De greep van geel hout, rechthoekig, naar boven breeder en met diepe, gebogen uitholling; de vier vlakken van het ondereinde met rozetten en reliëf versierd. Steelring van rood koper. De scheede van geel hout, de mond met bloemversiering en reliëf tusschen twee met snijwerk versierde ruggen, op twee plaatsen met rotanreepen omwoeld; ook het ondereinde met twee ruggen, doch onversierd. N. (?)

L. lemmet 63, br. 3,5, 1. greep 17, br. 7,6, 1. scheede 70, br. 4,5 cM.

1249/221). Als voren2), doch het lemmet met convexe snede, die met een boog naar den rug loopt. Hoornen, dubbele steelring en greep van donkerbruin hout, naar de snedezijde gebogen, achthoekig, het ondereinde onversierd, het boveneinde in twee vakken met ingesneden krullen en spiralen, eveneens een uitsteeksel aan den binnenkant. In het holle boveneinde steekt een bos menschenhaar. De scheede plat, van donkerbruin hout, met drie diagonaal gevlochten rotanbanden omwonden; het ondereinde schuin afgesneden, de mond met een uitsteeksel aan de snedezijde N. (?)

L. lemmet 47, br. 4,5, 1. greep 13, br. 5,7, 1. scheede 48,5, br. 7 cM.

43/18. Als voren (soemara), doch het lemmet gedamasceerd, de rug in een convexen boog naar de snede loopend. De greep van donkerbruin hout, knievormig naar de snedezijde gebogen, bijna geheel met bladtin bedekt, het ondereinde gedeeltelijk met roode draden omwonden, het boveneinde eerst verbreed en daarna puntig en bekvormig uitloopend. Onder het bladtin ingesneden ineengekrulde spiralen. De scheede van donkerbruin hout, de mond en de vooruitstekende schoen en een gedeelte tusschen en naast twee verdikte ruggen met bladtin bedekt, waaronder rozetten en bladkrullen ingesneden zijn. Door de beide ruggen is een draagkoord geregen. Onder den mond een rotanband en boven den schoen een band van roode draden. Kwandang.

L. lemmet 49, br. 3,4, 1. greep 23,5, br. 6,5, 1. scheede 55,5, br. 5,1 cM.

776/17. Klewang (soemara afoes), van bruin hout gesneden, ruw bewerkt, de rug breed, met een schuine lijn naar de punt afloopend, de snede bot, de greep met eenigszins vogelkopvormig uiteinde. Model. Gorontalo.

L. 57,8, br. 5 cM.

II. Verdedigingswapens.

454/12*). Schild, van hout, het midden zeer smal, de buitenzijde zwart geverfd, zeer convex, uit vier vlakken bestaande, die naar onderen en naar boven breeder worden. De beide uiteinden ieder door drie diagonaal gevlochten banden van het midden gescheiden. De geheele buitenzijde ingelegd met halfcirkelvormige stukjes schelp, porselein en paarlemoer, die aan de uiteinden driehoeken en sterren en in het midden horizontale en schuine strepen vormen. Het middengedeelte bovendien met acht groote stukken schelp (Ovula ovum) ingelegd. Langs den rand een rotanreep.

1) Serie 1249 aankoop April 1900.

2) Vgl. Meyer und Richter, Celebes, I, pl. IX, fig. 10 en 10a.

3) A. Bastian, Indonesien, IV, pl. 3, fig. 4.

4) Serie 454 don. K. Hoogeveen, Oct. 1884. — N. St. Crt. v. I Febr. 1885, n» 27. — Vgl. Cat. Kol. Tent. Amst. 1883, 13e kl. n° 92/i.

Sluiten