Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De binnenzijde ongekleurd, met een verticalen rug over de geheele lengte, die in het midden rechthoekig uitgehold is, om als handvat te dienen. N. (?) of Halmahera1). L. 79, br. 8,5—17 cM.

43/15. Schild, als voren (rangko), de vorm als voren doch van geelkoper*), de buitenzijde met uitgeslagen figuren versierd: bovenaan twee horizontale rijen cirkels, daaronder vier peervormige figuren met een kruis op de punten. Daaronder twee vierbladerige bloemen, wier bladeren door dezelfde peervormige figuren gevormd worden, van boven en onderen begrensd door twee horizontale rijen punten. In het midden een ruit, aan weerszijden door verticale rijen bolvormige figuren begrensd. De onderste helft evenals de bovenste, doch in omgekeerde volgorde versierd. Aan de binnenzijde langs het midden een houten rug met handvat, als voren. — Het dateert uit de i7e eeuw. Sedert lange jaren worden zulke schilden niet meer vervaardigd. Zij zijn alleen in handen der hoofden, in wier familien zij als erfstukken (poesaka) van vader tot zoon overgaan. Zij zijn alleen bij toeval te verkrijgen, zooals dit schild, dat buit werd gemaakt bij de expeditie in de Tomori-baai in 1857. Te Limbotto en in de Minahassa zijn nog enkele dezer schilden. Bij feestelijke optochten en spiegelgevechten zijn voorvechters er mede toegerust. Gorontalo.

L. 127, br. 16—22 cM. Zie plaat VI, fig. 4.

III. Oorlogskleeding.

43/17 en 620/1. Helmen (taoboetaoe*), van geel- (17) of roodkoper (1), hoog oploopend en in een, naar achteren gebogen, stompen kam eindigend; versierd met drijfwerk in den vorm van verheven, uit den top naar beneden loopende groeven, een reeks blad- (17) of bloemvormige (1) ornamenten boven den onderrand en een driehoekig blad onder den kam. Aan den onderkant is een platte, voor- en achterwaarts oploopende en puntig eindigende rand bevestigd en aan den voorkant in het midden boven den rand drie buisjes, om er pluimen in te bevestigen. Even boven den rand is bij n° 1 in den wand een reeks koperen knopjes bevestigd, waarvan eenige ontbreken. — Waarschijnlijk in de i7e eeuw door Portugeezen of Spanjaarden of Nederlanders vervaardigd. Bij de hoofden in de Minahassa, te Ternate, Ambon en Saparoea vindt men nog vele dezer helmen, alle nagenoeg van hetzelfde model en ook zij worden, met pluimen of met paradijsvogels getooid, bij gelegenheid van feesten door voordansers gedragen; n° 17 buitgemaakt tijdens de Tomori-expeditie. 17: Gorontalo, 1: Minahassa.

H. 26 en 24,4, dm. 25 X 35 en 24,4 X 3'i5 cM.

Zie plaat V, fig. 1 (620/1) en fig. 2 (43/17).

1456/139. Pantserhemd (wateng soeka*), van stijf gevlochten Gnetum gnemon (soeka)-vezds; zonder mouwen, met diep rechthoekig ingesneden armsgaten en hals-

1) Vgl. Ethnogr. Mistellen, II, p. 12, afb. 2. — von Rosenberg, Reistogten, 31. Kaudern,

II, 292, bild 118.

2) Meyer und Richter, Celebes, I, 8—10 met pl. II, fig. 1 en 3 en pl. III, fig. 1 en 2.

Idem, Ethnogr. Mistellen, II, 8—15 en II, pl. II. fig. 4. — von Rosenberg, Reistogten, 31. — van Hoêvell, Nog iets over messinghelmen, -schilden en pantsers in het O. deel v. d. O. I. Archipel (/. A. f. E. XVIII), p. 97, afbeelding.

3) Meyer und Richter, Celebes, I, pl. II, fig. 4. — Idem, Ethnogr. Mistellen, I, 32—88 met

pl. II, fig. 1—2. — Sarasin, Reisen in Celebes, I, p. 47, fig. 18. — Grubauer, p. 41, fig. 26.

von Rosenberg, Reistogten, 31. — Louwerier in M. N. Z. G. XLIII, 108. — I. A. f. E. I, 238, XVIII, 98, afb. — Kaudern, o. c. I, 99, II, 397, bild 72. — Treffers, T. N. A. G. 2= Ser. XXXI, 211.

4) Meyer und Richter, Celebes, I, p. 4, n» 219 met pl. L, fig. 1. — Sarasin, Reisen in Celebes, I, p. 48, fig. 19.

Sluiten