Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De eerste dezer reeksen bevat drie cirkels, de middelste gevuld met eene vierbladerige bloem, de beide andere met een radfiguur, bestaande uit elkaar met de toppen rakende driehoeken. De tweede reeks bevat 4 s-vormige figuren, twee aan twee van onderen aan elkaar verbonden, gescheiden door driehoeken. De derde reeks bevat drie halve manen. Deze reeks wordt gevolgd door eene flauwe groeve, eenige dwarsinkepingen en een door inkepingen omsloten vierkant, dat door twee diagonale dubbele inkepingen in vier driehoeken is verdeeld, in den bovenste waarvan een vogel, in den onderste eene herhaling van het dubbel s-vormige figuur en in de beide zijdeIingsche een peervormig figuur is ingesneden. Onder het vierkant is een krokodil, met den kop naar het boveneinde gericht, ingesneden. De ornamentiek van het dakvormige ondereinde is veel ruwer en bestaat nabij het uiteinde uit twee ingegrifte cirkels, waarvan de eene een vierbladerige bloem omsluit, gevolgd door een dubbele reeks van driehoeken, afwisselend a jour en en reliëf, die met hunne toppen tegen elkander zijn gericht. Hierop volgt eene reeks van twee schijven, aan weerskanten omgeven door een langwerpige ruit nabij den rand en eindelijk een dwarsreeks, bestaande uit een flauw geschetst, bloemvormig figuur in het midden en een cirkel, die eene vierbladerige bloem omsluit, nabij de kanten. De binnenkant van het schild flauw concaaf, met een verheven rug op het midden van bijna de geheele lengte. Midden op het schild is deze rug het hoogst en van een langwerpig gat voorzien, ten einde als handvat te dienen. Talaut.

L. 85,5, br. aan de niteinden 11, in het midden 7,8 cM.

653/1. Schild, als voren, doch geheel dakvormig in doorsnede, naar onderen langzamerhand smaller wordend. Het bovenste gedeelte ruw, in den vorm van een krokodillenkop gefatsoeneerd, van onderen begrensd door drie schubben aan weerszijden van de middellijn. Midden op de voorzijde een hooge, ruitvormige knop, die aan de achterzijde schotelvormig is uitgehold, ten einde het daarover loopende handvat te kunnen omvatten. Het rechte gedeelte van binnen en van buiten met rotanbanden versterkt: een langs iedere zijde en drie boven en zes beneden den knop, welke banden met door gaten getrokken rotanreepjes zijn vastgehecht. Over het midden der binnenzijde loopt een rug, die in het midden der lengte in het handvat overgaat, welks beide uiteinden ruw in den vorm van een dierenkop zijn gefatsoeneerd en welks rug nabij die uiteinden van eenige inkepingen is voorzien. In beide uiteinden van het handvat is een gat geboord, waardoor een rotanreep geregen is. Talaut.

L. 141, br. 13—19,5, 1. van het rechte gedeelte 97 cM.

613/11). Als voren, doch van lichtbruin hout. Het boveneinde aan weerskanten getand, niet door schubben van het middengedeelte gescheiden. Op den ruitvormigen knop in het midden een vierbladerige bloem en reliëf. Het benedengedeelte aan weerszijden van den middenrug met vier schubben. De uiteinden van het handvat herhaaldelijk ingekeept. Door de gaten in de uiteinden is aan een lus een platte, diagonaal van rotanreepen gevlochten draagband bevestigd. Aan het boveneinde van binnen een pijlpuntvormige figuur en eene driebladerige bloem en reliëf, waarin de middelrug uitloopt. Talaut.

L. 127, br. 12—19, 1. van het rechte gedeelte 87 cM.

561/20s). Als voren, doch zoowel het boven- als het ondereinde door twee schubben aan weerszijden van den middenrug van het middengedeelte gescheiden. De ruitvormige knop in het midden onversierd en daaronder vijf rotanbanden. De binnenzijde alleen van boven met vier schubben, overigens onversierd en het handvat zonder inkepingen. Zonder draagband. — Verkregen van den Radja van Lirong, hoofdplaats van het eiland Salibaboe [Talaut) en tot de regalia van dat landschap behoord hebbende.

L. 140, br. 14—20, 1. van het rechte gedeelte 97 cM.

1599/581. Als voren, doch het boveneinde door vier schubben aan weerszijden

1) Serie 613 aankoop Mei 1887.

2) N. St. Crt. v. 20 April 1887, n° 92.

Sluiten