Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den koning van Engeland zal zenden g beseeching him to doe all good offices towards a peace, upon the aforesaid grounds of honour and conscience, and intreated us to write the same to H. M. as our humble advice"; hetgeen de ambassadeurs weigeren te doen ]). Zij vertrekken daarop naar Zeist, waar zij den 7den gehoor hebben bij Lodewijk XIV en den 88ten met Louvois en Pomponne confereeren. De Franschen blijken niet geneigd hunne eischen te matigen en zijn in de verwachting dat de Groot hun spoedig de inwilliging daarvan zal komen berichten. Men besluit, den Prins nogmaals de Engelsche eischen voor te leggen, „to which wee are to add as a private overture to the'Prince of Orange that of making him soveraigne of all the Seaven Provinces, our partage onely excepted, of which hee shall covenant us to give H. M. entire possession when the former point is made good to him"; tevens zal men den Prins berichten dat de ambassadeurs niet door Holland, maar via Calais naar Engeland zullen terugkeeren, om hem te beter te doen gevoelen dat hij niets naders meer van hen te wachten heeft. Den 7den 's avonds was ook Lord Halifax te Zeist gekomen, met bericht dat Zeeland zich, liever dan in handen der Franschen te vallen, onder Engeland zou begeven, „toe which if the Prince of Orange will be so reasonable as to concurr in any degree wee believe the work will not be hard."

Den 9den Juli vertrokken Germain 2), Sylvius en Seymour naar 's Prinsen kwartier; zij nemen een verklaring mede, gesteld door Arlington, waarin de Prins zich verbindt den vrede te doen sluiten „aux conditions que le Roy de la Grande Bretagne et le Roy Trés Chrétien jugeront justes et équitables, et ferons de plus tont ce qui dépendra de nous que les villes, places et pays donnés présentement au seigneur Roy de la Grande Bretagne par manière de caution dans le traité de paix, demeureront avec ledit seigneur Roy pour tout jamais en propriété et souveraineté", en de beide koningen verzoekt de souvereiniteit van den Prins over de zeven provinciën, „a la réserve des susmentionnés villes, places et pays cautionaires", onder de vredesvoorwaarden op te

1) De Prins zond toen den bedoelden persoon (Reede) op eigen hand. Hij was 14 Juli te Londen (zie hiervóór, bL XII).

2) Niet eerder in deze zaak vermeld. Het blijkt niet, of hij met Arlington of Haüfax was medegekomen, dan wel tot het gevolg van Monmouth of Godolphin heeft behoord.

Sluiten