Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welkom zijn." Hij wiegde zijn hoofd heen en weer, als volgde hij in gedachte het rythme eener melodie.

Legrain kwam nevens hem. k „Ik weet een meisje, dat heerlijk zingt," fluisterde hij.

Maar de Mirabeau viel driftig uit: „Neen! Geen vrouwen!"

Legrain bedwong zijn lachen.

„Een jongen dan die viool speelt; hij kan in het kamertje naast uw slaapvertrek spelen."

„Laat hem morgenavond hier zijn," beval de Mirabeau kort.

Den middag daarop reed hij opnieuw naar Henriëtte Amélie.

Het was zoel lenteweder, de lucht zelfs in de stad vervuld van geuren, door den wind overgebracht of misschien uitgeademd door de versche groenten en eerste vruchten, die de boeren in den nacht de stad binnen hadden gevoerd en uitgestald in de Halles.

De Mirabeau reed voortdurend in sterken draf, gejaagd door zijn verlangen naar Hen-

Sluiten