Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

riëtte's bijzijn en naar de rust, die van haar uitging. De dag bestond voor hem terwille van het uur, bij haar doorgebracht in de sombere, schamele spreekkamer van het klooster; het eenige uur, waarin hij zich gelukkig voelde en dat hem plannen inspireerde voor de toekomst.

Ook voor Henriëtte was het uur van samenzijn met haar ouderen vriend een onmisbaar deel geworden van den dag; steeds meer voelde zij haar innerlijk naar hem toeneigen in een zachte genegenheid, die, voor een deel medelijden met zijn eenzaamheid, in waarheid leefde bij bewondering voor zijn geest en verwachting van wat hij eenmaal nog doen zou of bereiken.

Die bewondering voor hem was nog gegroeid, nadat Préveux haar met blijdschap had verteld, hoe de comte de Mirabeau hem bij zich had genood. Henriëtte begreep, welke kracht van wil er van de Mirabeau s kant noodig was geweest om dit van zichzelve te verkrijgen. En het vermoeden, dat dit terwille van haar was geschied, gaf haar zoete vreugd.

Dikwijls scheen het haar toe, als zou het

Sluiten