Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

velig tegen. „Ik heb nooit geld genoeg gehad voor mijn behoeften. Van mijn jeugd af heb ik schulden moeten maken, omdat ik de kunst niet versta, elke som na te rekenen." Henriëtte knikte.

„Mag ik voortaan voor ons samen rekenen ?" vroeg zij met het zuiver-lieve gebaar, waarmede een dochter een gunst zou kunnen verzoeken aan haar vader.

De wrevelige trek op de Mirabeau's gelaat «ffende zich, en het werd overzond door een glimlach vol geluk, toen zij voortging:

„Wij moeten vrijkomen van dien woekeraar."

„Wij," herhaalde hij gelukkig; „wij"; zeg dat nog eens Jet-Lie."

En zij, hare oogen in de zijne, zeide hem gereedelijk na: „wij". En voegde er vroolijk achter:

„Wij hebben toch zoo 'n pompeuze inrichting niet noodig, nietwaar?"

Hij schudde het hoofd.

„Ik heb alleen jou noodig," betuigde hij innig.

Zij lachte.

„En nog wel wat meer. Maar wij kunnen

Jet-Lie II. 7

Sluiten