Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onverwachts, in den avond, kwam de Mirabeau terug.

Henriëtte Amélie zat bij het kaarslicht aan de tafel te lezen en zag verwonderd op, toen de kamerdeur werd opengedaan.

Het zien van haar vriend gaf haar een vreugdesensatie ; zij liep op hem toe en hij omving haar met zijn armen, drukte haar hoofd tegen zijn borst, fluisterde blijde begroetingswoorden.

„Heeft mijn liefste het eenzaam gehad?" vroeg hij teeder.

Henriëtte antwoordde met iets peinzends in den toon van haar stem: „Ja; ik geloof dat ik héél eenzaam was. Dat voel ik nu eerst goed."

„Het was verkeerd, Thérèse in Parijs achter te laten."

Henriëtte schudde het hoofd. „De reis was zonder haar al kostbaar genoeg. En alleen-zijn is mij niet vreemd. Eerst nu, in de blijdschap om je onverwachte komst..."

„Ja," viel de Mirabeau snel in; „ik wilde je verrassen. Het verlangen naar je liet mij geen rust en de gedachte, dat mijn liefste hier alleen was..."

Sluiten