Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Mirabeau nam het blad papier niet aan. „Dank. Dat is niet voor mij bestemd." Henriëtte boog zich iets naar voren. „Wat bedoel je daarmee?" Hij haalde de schouders op. „Niets. Ik weet immers toch niet, wat waarheid is;"

Henriëtte sprong op, kwam vóór hem staan. „Mijn god!" steunde zij, „kon ik dan meer doen ?"

Hij zag haar een oogenblik in de oogen, zei toen met verbeten drift:

„Voor hem niet; voor mij, ja."

„Gabriël," fluisterde Henriëtte en hare oogen werden groot van angst, „nog kunnen wij elkander terugvinden, nog ..."

„Dat kunnen wij niet!" barstte hij uit. „Ik ben een ellendeling, ik weet 't. Maar ik kan niet meer vertrouwen. En daarom kan ik zelf niet vrij worden. Ik kan niet, ik kan niet 1" En dicht aan haar oor: „De Pruisische brieven zijn naar de drukkerij."

Zij gaf een zachten kreet, sloeg de handen voor de oogen, schreide stil.

Sluiten