Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE HOOFSTUK.

Java in aanraking met Hindoes. B. Midden Java.

Zooals reeds in het tweede hoofdstuk verteld is, hadden de Hindoes op hun vaart naar China niet alleen in West- maar ook in Midden-Java, op de Noordkust, den rijkdom aan rijst en verdere producten van het land leeren kennen en gelijk zich daarop in West-Java landverhuizers uit Voor-Indië gevestigd hadden, gebeurde dit twee eeuwen later ook en nu in veel grooter getale in het middengedeelte van het eiland. Toen nl. een nieuwe schare Hindoes zich in het begin der 6e eeuw op West-Java, bij Bekasih, wilde vestigen, maar zij daar tegenspoed ondervonden — de overlevering verhaalt dat zij er ziekten opdeden — trokken zij verder op naar het volgende hun bekende „station", dat op Midden-Java lag. Daar bevond zich zooals zij wisten, een stad, die doorhandel bloeide en daar beproefden zij toen hun fortuin, ditmaal met meer succes'. Door dezelfde oorzaak als hun veel minder talrijke voorgangers indertijd op West-Java, slaagden ook deze Hindoes er in de heerschappij over de inboorlingen te verkrijgen. Deze nieuwe immigranten kwamen uit ongeveer dezelfde streken van Voor-Indië als de stichters van Taroem en wel voornamelijk uit het kustland Kalinga. Hun rijk op Java werd door de vreemdelingen, die met hen handel dreven, ook eerst Kalinga, het land der Klingen, genoemd, spoedig echter ook Java. Rondom de handelsplaats Djapara schijnt de nieuwe staat zijn bestaan te zijn begonnen, want die stad was er de hoofdstad v;n en daar zetelde de vorst van het land. Chineesche schrijvers, die hun inlichtingen van kooplieden en schippers kregen, verhalen dat de residentie door palisadeeringen omgeven was. De huizen waren er bedekt met atap en idjoek, zooals nog tegenwoordig op Java gebruikelijk is en evenals nu had men er toen ook matten van bamboe. Twee verdiepingen bezat de Koninklijke woning, waarin de vorst op een ivoren bank zetelde. De inwoners aten met de vingers en palmwijn was reeds hun geliefde drank. Men kende er het gebruik van letters én ook had men er eenig begrip van sterrekunde. Druk werd er handel gedreven in kostbare artikelen, want het land was zeer rijk. Goud, zilver, ivoor en rhinoceroshoorn werden o.a. naar China uitgevoerd1). Naar dit land trok

Er is reeds opgemerkt, dat goud en ivoor eerst van de omliggende eilanden op Java aangebracht werden.

Sluiten