Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWAALFDE HOOFDSTUK.

Rangawoeni

als 4e Koning van Toemapel (= Singosari) Sjri Wisjnoewarddhana.

1249-1268.

Anoesapati's zoon, Rangawoeni, als Koning Sjri Wisjnoewarddhana geheeten, volgde nu Tohdjaja op. Zijn geliefden neef Narasinga stelde hij als mederegent (ratoe angabhaja) aan en hoewel deze geen formeel medekoning was, overlegden zij alle zaken tezamen zonder ooit oneenigheid te hebben. Als Wisjnoe met zijn ouderen broeder Indra gingen zij met elkaar om, of meer aardsch gezegd: „Zij waren als twee slangen in één gat".

Wisjnoewarddhana veroverde een nog ontbrekend stuk van 't vroegere Djanggala, waarover de „slechtaard" Linggapati heerschte. Diens hoofdstad Mahibit1), viel in zijne handen en door toevoeging van dit rijkje herstelde de Vorst eindelijk het geheele vroegere rijk Van Erlangga. Waarschijnlijk verwierf hij er ook Madoera bija).

De Koning wijdde in 1254 zijn zoon, den lateren Koning Kartanagara, tot Kroonprins, waardoor deze een bepaald aandeel in de Regeering kreeg. Voor die plechtige gelegenheid kwamen alle onderdanen van Kediri en Djanggala naar de residentie Koetaradja toe, die nu den naam van Singosari kreeg. Deze stad ging hoe langer hoe meer vooruit, werd steeds fraaier en gaf van nu af aan haar naam aan 't geheele rijk. In 1268 stierf Wisjnoewarddhana; Hij was van zijn geslacht de eerste Vorst, die op natuurlijke wijze aan zijn einde kwam! Zijn lijk werd, zooals gebruikelijk was, verbrand en een gedeelte van de asch werd bijgezet te Waleri, waar een Sjiwabeeld van hem werd opgericht, het andere deel werd begraven in Tjandi Djago, zijn graftempel dus, te Toempang. Daar verrees een Boeddhabeeld met zijn trekken, het daar aanwezige Amoghapasjabeeld, dat nog tegenwoordig vereering geniet8).

1) . Niet meer te identificeeren.

2) In 't begin van de Regeering van zijn zoon hoort dit n.1. reeds bij 't rijk.

s)' Het hoofd ontbreekt er aan. Een portret van den koning bezitten wij echter h. de zoogenaamde Amoghapasjabronsjes, kleine Boeddhabeelden van brons. (Zie Krom: 51 Oudheidkundig Verslag 1913, 2e kwartaal) „Aanvulling van de beschrijving der Amoghapaga bronzen".

Sluiten