Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ACHTTIENDE HOOFDSTUK.

Djajawisjnoewarddhani. of: Tribhoewanottoengadewi Djajawisjnoewarddhani. 3e Vorstin van Madjapahit 1328—1334. Voogdes over haar zoon Hajam Woeroek 1334—1350.

Dat Hare Doorluchtigheid, die te Kahoeripan zetelde, haar broeders plaats innam, was zoo bepaald door de beroemde Koningsvrouwe „(Radjapatni), de „regelaarster der opvolging". Zij behield, vooral gedurende het eerste jaar, op de regeering der Koningin een soort oppertoezicht en gaf in allerlei kwesties raad. Wel nam zij, de vrome Boeddhiste, al spoedig het nonnenkleed aan, maar ook toen schijnt zij zich nog met de staatszaken te hebben kunnen bezighouden. Zij was niet de moeder der regeerende Vorstin, maar deze beschouwde haar wel als zoodanig. De zuster van Djajawarddnani, Bhreng Daha, nam aan het hof een hooge positie in; zij werd „als 't ware Koningin voor de helft" genoemd. De echtgenoot der Koningin, Kertawarddhana, de prinsgemaal, was opperrechter voor het geheele rijk en had als apanage Singosari, over welk daar bijbehoorend rijksgedeelte hij het bewind voerde, gelijk alle voorname familieleden en aanverwanten der Koningin een bepaald gebied onder zich hadden. Te Madjapahit echter kwamen zij allen „de voeten" der vorstin „vegen". Volgens den lofdichter was Kertawarddhana een bekwaam, ijverig en standvastig man.

In 1331 brak er in 't rijk een opstand van de lieden van Sadeng1) uit, die, dank zij Kertawarddhana en verschillende rijksgrooten, waaronder Kernbar en Gadjah Mada, door de Madjapahitsche troepen bedwongen werd. Een der gevolgen hiervan was, dat Gadjah Mada apatih amangkoebhoemi — rijksbestierder — werd. Dadelijk stelde deze beleidvolle man, die van een roemruchtig Madjapahit droomde, een programma op voor de verovering van allerlei streken op Java en van allerlei eilanden in de omgeving ervan2). Plechtig zwoer hij, dat hij zich van een "door hem zeer beminde spijs, palapa s) zou

1) . Misschien in Besoeki, waar een berg Sadeng voorkomt.

2) . Zie over de mogelijkheid dat dit een herovering door Javanen was noot 1 op blz. 58, waar over Kartanagara's veroveringen wordt gesproken.

»). Wat het is, weet men niet; „palapah of: peloepoeh" is platgeslagen bamboe voor vloeren en wanden, maar 't wordt nooit gegeten.

Sluiten