Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op Java (en evenzoo op Bali) verspreidl), waren in 't genot van onderscheidene voorrechten: de Sjiwaïeten bezaten er een vijftigtal, de Boeddhistische monniken bijna even zooveel en hun wereldlijke geestelijken niet minder; van de Brahmaansche kluizenaars worden er een dertigtal genoemd2). De Wisjnoeieten bezaten een veel geringer aantal vrijgronden en desa's. Aan de Koninklijke graftempels — Prapantsja noemt er zeven en twintig — waren eveneens vrijgronden, etc. toegewezen, die onder geestelijk toezicht stonden. Vele tjandi's, torens, kloosters en andere verblijven van heremieten liet de Koning bouwen en begiftigde hij mild, wat door de onderdanen op groote schaal werd nagevolgd. Zorgvuldig waakte de Koning ervoor dat de Godsdienstige stichtingen in hun voorrechten bevestigd werden. De oorkonden, waarin deze vervat stonden, werden opnieuw erkend en gerespecteerd. Indien de bewijsstukken verloren waren geraakt, Ket Hajam Woeroek nieuwe maken 3), opdat er in de toekomst geen strijd over zou ontstaan.

Ook door -andere maatregelen toonde de Vorst, dat hij op helderheid in de verhouding zijner onderdanen gesteld was. De Vorst van Wengker kreeg de opdracht, den staa^ van alle desa's nauwkeurig te laten opnemen en beschrijven; het aantal kookplaatsen werd eveneens opgeteld. Zoo kon ieder precies nagaan welke rechten en verplichtingen hij had en... de Koning kon er den omvang van zijn inkomsten naar begrooten. Van de opbrengst van den grond kreeg hij n.1. 10% in producten uitbetaald, die in staatspakhuizen opgeslagen werden4). Van de verschillende soorten vee kreeg de Vorst ook zijn aandeel. Verder trok hij inkomsten van tollen, op dijken en wegen, van overzetveeren, havens en van de douane. Voor het recht om bepaalde ambachten uit te oefenen had men ook belasting te betalen en ten slotte waren de onderdanen tot heerendiensten verplicht, waardoor bruggen en groote wegen aangelegd en onderhouden, en bepaalde huizen en monumenten verzorgd werden.

Aan Vorst Kertawarddhana was opgedragen de welvaart zooveel mogelijk te bevordereft. Door middel van de Wedana's had hij er voor te zorgen, dat een bepaald aantal sawahs en ladangs bebouwd werd en dat men die goed bewerkte. Het onderhoud van dijken, het waken tegen overstroomingen, het bestrijden van boosdoeners, dat alles stond onder zijn oppertoezicht. De belastingen moest hij zooveel mogelijk doen toenemen, om den Koning bijv. in staat te stellen, het land met een groot leger te beschermen. Want weerbare manschappen waren er noodig, zei de Vorst zelve tot zijn op een feest vergaderde onderdanen, „anders is het duidelijk, dat er andere eilanden zijn, die een inval zullen wagen."

Daar de buitenbezittingen geregelde schatting en de talrijke onderdanen

!). De tegenwoordige perdikan-of vrije desa's zijn er de overblijfselen van.

2). O.a. de heilige desa Walandit, op den Tengger, waar zooals men weet, nog heden de Hindoesche afstammelingen van die kluizenaars wonen.

8). Daardoor bezitten wij nu verschillende oorkonden, door Hajam Woeroek uitgegeven van stichtingen, lang voor hem gebouwd.

4). Dit is reeds, zooals op blz. 33 meegedeeld, een Chineesch bericht.

Sluiten