Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van planken, die met rottan vastgebonden werden, waren er kamers in aangebracht.

Of Soenda tusschen 1268 en 1292 aan Koning Kertanagara onderhoorig is geweest1), is niet waarschijnlijk. De mededeeling wordt nergens bevestigd."

Chineezen deelen ons nog mee, dat voor de 12e of 13e eeuw, Soenda onderhoorig was aan Palembang; andere berichten bestaan echter daarover niet.

Een andere streek in West-Java, waar men overblijfselen heeft gevonden, die van den voortijd spreken, is Galoeh (= de Oost-Preanger) en Zuid-Oost Cheribon, waar. o.a. Koeningan, Kawali en Pandjaloe (met zijn vroeger veel grooter meer) liggen. De laatste plaats wordt reeds in een Soendaneesche inscriptie van 1194 genoemd.

Behalve eenige beeldjes uit den vóór-Hindoeschen tijd, grafteekens en dergelijke heeft men hier de restes gevonden van kluizenaarsverblijven 2) o.a. die van zulk een verblijf met een vijver, aan den grooten weg van Tjilimoes naar Koeningan, evenzoo van een op den Padangberg, een uitlooper van den Goenoeng Sawal dichtbij Tasikmalaja. In deze laatste verblijfplaats zou de stichter van het Galoehsche vorstenhuis, Ratoe Poesaka, later Pandita Adjar Soeka resi (d.i. „verlichte leeraar, verlangend kluizenaar te zijn") geheeten, na zijn regeering als asceet geleefd hebben.

"De omvang van zijn gebied wordt nergens vermeld. Bekasih, even beoosten Batavia gelegen, dat ± 1200 reeds (of: nog steeds? zie hoofdstuk 3) een vrij gebied van monniken bezat, kan er toe behoord hebben, doch het is geheel onzeker.

Behalve de stichter van het Galoehsche vorstenhuis worden ons nog andere koningen in deze streken genoemd. Wastoe Kanjtjana moet op het eind der 13e of in het begin der 14e eeuw in de „hoofdplaats te Djajagiri" (?) en in die te „Soenda Sembawa" (?) vrijgebieden gesticht en twee en twintig jaar geregeerd hebben.

Uit het voorkomen van den naam „Soenda" alt hoofdplaats, in verband met een vorst over Galoeh, zou men opmaken, dat het gebied van Wastoe Kanjtjana zich ook uitstrekte tot het in 1030 genoemde rijk Soenda rondom Tjibadak.

Wastoe Kanjtjana werd opgevolgd door Kiding, die, na tien jaar kontng te zijn geweest, een zoon kreeg, die later bekend werd onder den naam van Praboe Wanggi (of Siliwanggi) en die ook Praboe Maharadja geheeten werd. Hij kwam in 1350 aan de regeering en toen hij zeven jaren koning geweest was, werd hij door zijne dochter het slachtoffer van een valstrik. Hij was n.1. vermoedelijk de Soendasche Maharadja, die naar Madjapahit toog en te Boebat een ongelukkig einde vond. De geschiedenis daarvan is boven verteld8)-

1) . Volgens de Nagarakertagama.

2) Er bestonden in de Soendalanden ook kloosters voor vrouwen; hierover later. •). Zie blz. 85 en ook het genoemde werk van Dr. Hoesein Djajadiningrat op

blz. 142.

Sluiten