Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afhankeüjfcen toestand der kerken, het lievelingsdenkbeeld van de Stuarts, en aan Hobbes' miskenning van de rechten der volkeren op een constitutie — in den grond echter verschillen Swift en Hobbes eigenlijk veel minder dan men uit de geschriften van den eerste opmaken zou.

Het loont in elk opzicht de moeite Hobbes' „Leviathan" eenigszins van nabij te vergelijken met Spinoza's Staatkundige Verhandeling — zoowel om de overeenkomst als om het verschil. Men zal dusdoende tot de conclusie komen, dat het redelijk, individualistisch element in Spinoza's werk" in veel hooger mate voorhanden is, daartegenover valt evenwel een sterk besef van de noodzakelijkheid van tucht en orde, het autoriteitsgevoel, 't welk hem ondanks alles tot zeventiende-eeuwer stempelt niet te miskennen — zoodat Spinoza's tractaat als het ware de overgang vormt van Hobbes' Leviathan naar Rousseau's „Contrat Social", waarin eigenlijk pas alle consequenties zijn getrokken. Ook Spinoza gaat uit van de stelling, dat de mensch in de natuur vrij is, geen pKchten of rechten heeft en dat elks recht wordt bepaald door zijn macht, door zijn vermogen. Evenals Hobbes leidt hij dat af uit het wezen van God, die alle vermogen heeft, alle vrijheid en dus alle recht. Doch evenzeer als Hobbes* monotheïstische anthropomorphe Godsvoorstelling verschilt van Spinoza's vergeestelijkte Gods-idee — evenzeer verschillen Hobbes' conclusies van Spinoza's conclusies. Vrij is hij, zegt Spinoza, die onder zijn eigen macht staat — God is dus volkomen vrij. Menschen zijn vrij, voor zoover ze God zijn — dat is te zeggen, voor zoover ze redelijk zijn, want God is de Rede, i» de Wijsheid-zelf. Onvrij is hij, die doer zijn begeerten en hartstochten wordt geleid1. Macht is vrijheid, vrijheid is redelijkheid, redelijkheid is het besef van onvrijheidl Wijs is slechts bij, die weet dat hij niet wijs is —

Sluiten