Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op dezelfde gronden verbaast en bedroeft Bayle zich dan •ook, dat alle Kerken (en andere organisaties, als „Vaderlanden" en politieke groepen) haar leden een vergrijp tegen de organisatie, (twijfel, ketterij of verraad, of „gebrek aan solidariteit") zooveel zwaarder aanrekenen dan eenig moreel vergrijp. Naar hun leven, niet naar hun leer, naar hun zedelijk gehalte, niet naar hun rechtzinnigheid wil hij de menschen beoordeeld hebben. En in wezen is dit reeds weer een individualistische aanslag op dogmatieke strafwetten en uniforme tuchtmaatregelen. Bayle zelf was uitteraard een slecht partijganger — die zijn geloofsgenooten menig hard woord te hooren gaf over hun redeloos en kinderachtig tieren en lasteren tegen het Katholicisme. Zoo goed als in „De Waarheid" geloofde hij in „De Zedelijkheid" — maar een dwang-zedelijkheid was voor zijn oordeel •even waardeloos als een dwang-waarheid. Beter eerlijk een „dwaalleer" aan te hangen, dan rechtzinnigheid te veinzen — beter ter goeder trouw verkeerdheden te begaan, dan schijnheiliglij k de ware „zedelijkheid" te beoefenen. En daarmede raken we aan het gewichtigste punt van Bayle's denken, bron van de felste botsing met de tegenstanders. De zeventiende eeuw vroeg slechts (als alles wat collectief gevoelt) wat iemand deed — niet met welk oogmerk hij het deed — Pierre Bayle komt op voor de rechten van het Dwalend Geweten („les droits de la Conscience Eironée"). Nog steeds gelooft hijzelf in een ware leer, in het „gelijk" van sommigen, het „ongelijk" van anderen, maar zijn niet te keeren redelijkheid dicteert hem reeds de stelling, dat menschen, eenmaal levend in een dwaalleer, ten opzichte van eigen geweten het recht, ja zelfs den plicht hebben, daarin te volharden, zoolang ze niet door kracht van redenen tot de „ware" leer innerlijk zijn bekeerd. Alleen voor zijn eigen geweten zondigt de mensch. En zoo is dan de ondersohei-

Sluiten