Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nuance, de triomf van recht over onrecht, op algemeenermenschelijken grondslag.

Wanneer we nu de vier genoemde persoonlijkheden in hun werken nader beschouwen, aanvangend bij Rousseau, dan vinden we in zijn „Nouvelle Héloise" allereerst den gemeenschappelijken trek, waardoor deze litteratuur als „burgerlijk" gekenmerkt wordt, — en waarmee dan eigenlijk is bedoeld „menschelijk" —. het verschijnen van den burgerman op het eerste plan, waardoor de „Nouvelle Héloise" aansluit bij „Werther" en bij de drama's van Lessing en Schiller. In „Héloise" echter is het amoureuse, in „Werther" het democratische meer naar voren gebracht — en in verband daarmee worden St. Preux, die vooral als minnaar sympathie moet wekken, schoon hij een „roturier" is, een huisonderwijzer, alle deugden van den klassieken ridder toegedicht, zij het dan verkapt; Werther daarentegen is niet in de eerste plaats de minnaar, maar de miskende, opstandige plebejer, vol ambitie en zelfgevoel, voor wie de liefde een bijzaak was. Het democratische, revolutionnaire karakter van „Werther" is dan ook Napoleon — een sterke „Werther" hij, die niet stierf, maar triomfeerde — blijkbaar niet ontgaan; in zijn bekend gesprek met Goethe schijnt hij bijna voortdurend over „Werther" te hebben gesproken, in wiens wezen hij dan eigen wezen zou hebben herkend.

Voor Rousseau echter is het probleem van de liefde, als menschelijk, natuurlijk gevoel in een onmenschelijke, onnatuurlijke maatschappij, een maatschappij op aristocratischen grondslag, een groot en belangrijk probleem geweest, zooals ook in zijn heele leven de liefde als een veel machtiger factor heeft gewerkt dan in Goethe's leven, de liefde tot den mensch, maar vooral de liefde tot de Menschheid. We behoeven niet meer te doen dan Goethe's „Confessions" namelijk

Sluiten