Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wetten en blijf aan die wetten getrouw.

En ook in deze categorie is vervanging van de collectieve moraal door de persoonlijke zedelijke overweging, op het eerste gezicht zoo redelijk en zoo vervulbaar, in werkelijkheid, als elke herstelling, weer de eerste stap naar de volkomen opheffing, wanneer een verder critisch onderzoek het geoorloofde, het noodzakelijke van „echtbreuk" als „woordbreuk" in bepaalde gevallen zal hebben aangetoond. Is met het dogma van de onverbrekelijkheid des huwelijks op aan de Kerkleer ontleende gronden eenmaal gebroken, is het huwelijk geen sacrement meer, dan staat in redelijkheid geen enkel ding de echtscheiding, noch zelfs de vrije liefde in den weg. De overgang van Rousseau's „Nouvelle Héloise" naar Madame De Stael's „Delphine" is derhalve een logische stap, die niet uitblijven kon. Steeds is het een redeloos gevoel van „betamelijkheid", dat hier of daar de eindstreep stelt, de Rede kent dergelijke eindstrepen niet en voert tot elke consequentie.

Rousseau maakt het zijn heldin door een gelukkig huwelijk gemakkelijk, haar besluit getrouw te blijven — maar wat staat, in redelijkheid, de ontbinding van Léonce's diep-ongelukkig huwelijk (in „Delphine") in den weg? De persoonlijkheid, die zichzelf een plicht oplegt, kan zichzelf ook van dien plicht ontslaan.

„Als van weerszijden alles is beproefd, als vrienden en verwanten vergeefs hebben gepoogd, door hun tusschenkomst de partijen samen te brengen, als bij geen van beiden lichtzinnigheid in het spel is, dan moet een huwelijk toch ontbonden kunnen worden" —, ziedaar de noodkreet, waarvoor Madame De Stael van clericale zijde moest hooren, dat ze „over de liefde sprak als een bacchante", en waarover de „moderne" van onze dagen glimlacht in een zacht behagen om eigen liberaliteit. Het lijkt zoo „tam" — en

Sluiten