Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schalkt — later zal het zijn de lakei, die door zijn zedelijke hoogheid zijn meester beschaamt — doch in beide gevallen: de triomf van de persoonlijkheid boven het maatschappelijkgestelde, het oude dogma!

De gansche moraal van „Figaro" — de opheffing der maatschappelijke distinctie, het her-stellen der persoonlijke, ■(die als redelijke relatie zichzelf weer opheffen kan en zal) de triomfkreet van den bevrijden geest, ligt in deze drie regels van de „vaudeville" aan het slot:

„De vingt rois qu'on encense Le trépas brise 1'autel, Et Voltaire est immortel."

Maar het diepere accent van den tijd, die toch niet meer een volkomen amoreelen Uilenspiegel voortbrengen kon, klinkt in de alleenspraak van de vijfde acte, de bittere klacht van den verdrukten plebejer, waar Beaumarchais zich zoo innig vereenzelvigt met zijn held. Want ging het hem niet inderdaad als zijn grooten geestverwant, was hij niet, zoo goed als de gevierde Voltaire-zelf, beurtelings speelgoed en zondebok van een samenleving, die niet meer wist wat ze wilde, alle oude gesteldheden had losgewrikt, zonder tot hun opheffing of definitieve her-stelling te kunnen komen, beurtelings bij prinsen te gast en in de Lazare opgesloten?

De geschiedenis der opvoering van „Le Mariage de Figaro", een gebeurtenis die toen al wel door al de te overwinnen moeilijkheden en den grenzeloozen durf van den auteur een geweldigen opgang maakte, maar waarvan geen tijdgenoot den dieperen zin bevroeden kon, is het sprekende bewijs van wat we herhaaldelijk zeiden, dat uitgebloeide collectiviteiten aan zichzelf ten gronde gaan, dat ze zelfmoord plegen en dat de aanvallers niets meer doen dan het lijk wegdragen, wat dan grif door de anderen als „moord"

Sluiten