Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vene, hoe ook onvervulbaar, bijvoorbeeld van het Christendom, dat pathetisch, verheven en onvervulbaar is.

Het contrast tusschen de betrekkelijk geringe intelligentie en de nog geringere ontwikkeling van vele Revolutie^ mannen, en dat wat ze ondernamen en dorsten — waar ze niet gesteund werden door de krachtige zelf-suggestie uitgaande van een „hooge positie" en een klinkenden naam — doet volmaaktelijk denken aan de psyche van Don Quichotte. Inderdaad, terwijl de Duitsche Hamiets denken, en denkend komen tot de erkenning, dat er is „nothing either good or bad, but thinking makes it so", die de opheffing is van elke zedelijke onderscheiding in het Absolute — brengen de Fransche Don Quichotte's het niet verder dan her-stellen — vervangen van maatschappelijkimmoreele onderscheidingen door persoonlijk-moreele en tot den eisch, dat elkeen beantwoorde aan wat daarin „goed" geheeten is. En zoo ze al reiken tot het besef, dat het „goed is dat er ergernissen zijn", dan nog blijft het zwaarste accent op wat volgt „maar wee dengeen, door wien de ergernissen komen." En het is door dit onberedeneerde Don Quichottisme, dat Revoluties slagen, voor zoover ze slagen. Voordat de massa Brutus verloochende, had ze hem toegejuicht, zioh door hem laten meeslepen. En niet steeds is er een Marcus Antonius, die ter rechter tijd een voordeelig testament produceert, niet steeds is er zulk een testament. En waar dan Brutus — zooals meestentijds ook het geval is — de drachmen toezegt met het ideaal, daar volgen hem zeker de massa's, doch van drachmen zonder ideaal gaat geen kracht uit tot martelaarschap.

Als elke Don Quichotte den zin voor verhoudingen missend, welke wijsheid is, welke rechtvaardigheid is, welke humor is, hebben ze onnoozele oude koopvrouwtjes in heiligen-beelden en rozenkransen als „heulers met het

Sluiten