Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

breken van het vermogen tot onderscheiding en zelf-onderscheiding, de zelfmisleiding en zelfverheerlijking, die den egocentrische, voor zoover hij eerlijk is, tot zulk een stoer en steunpilaar maakt! Walter Scott getuigt van zichzelf, dat

hij van zijn kinderen eischte, naar „oud-Perzischen trant"

ook in Nietzsche's „Zarathustra" vinden we overeenkomstige eischen als oud-Perzisch vermeld — deze beide dingen: waarheid spreken en goed paard rijden. Reeds aan de onnoozele pretentie, dat menschen kunnen, willen en durven „waarheid spreken", aan de volslagen verblindheid omtrent wat „waarheid spreken" bet eekenen, inhouden en uitwerken zou, herkennen we de egocentrische zelfophemeling en zelfmisleiding. Maar dn dit bijzondere geval doet het al heel eigenaardig aan! Broeder Daniël Scott strekte de familie geenszins tot eer, zonder bepaald een misdadiger te wezen. Hij werd schriftelijk aan een betrekking in de West geholpen, op voorwaarde dat hij nooit zijn broederschap zou laten gelden; zelf verloochende Walter dien verloopen broeder, wilde hem nimmer zien, sprak nooit over hem, rouwde niet toen hij stierf en bleef van zijn begrafenis weg. Ziedaar de „waarheid" in den Schot, die zoo aandoenlijk den clan-geest bezong, en de „Christelijkheid" in den held van Christelijk Engeland! Doch dit bewijst geenszins eenig „zedelijk tekort", alleen de geweldige realiteit, voor hem, van maatschappelijke onderscheidingen en het enorm gewicht van het collectieve oordeel. Want, voor zoover zedelijkheid daarmee in het algemeen vereenigbaar is, was Scott een braaf en rechtschapen man. Ja, terwijl hij „aristocraat" was en gouvernementeel, Byron „democraat" en in de oppositie, was Byron veel hoogmoediger dan Scott. Zóó weinig hebben elks persoonlijke eigenaardigheden en zwakheden met zijn bestemming en zijn inzicht te maken. Voor Scott waren rang en stand machtige realiteiten, waarvan

Sluiten