Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En ten tweede uit den drang naar synthese, naar verzoening, welke altijd optreedt, wanneer twee scherp-tegengestelde beginselen onhoudbaar zijn gebleken.

Voor den aanblik van den negentiende-eeuwer van omstreeks 1820 heeft het jongste verleden, doorgetrokken tot in het heden, twee groote eenzijdigheden opgeleverd: die van Rousseau's Contrat Social, het uiterste van individualisme en die van BonakPs „Théorie dü Pouvoir," het uiterste van dogmatisme, autoriteitsgevoel, gezagsinstinct — waarvan zich de kerk en haar aanhang tracht te bedienen.

Beide beginselen zijn onhoudbaar gebleken — het eerste onuitvoerbaar en het laatste onduldbaar. En opnieuw, en krachtiger openbaart zich de poging om twee op zichzelf onhoudbare beginselen met elkaar te verzoenen, die we reeds opmerkten, in den aanvang van de zeventiende eeuw, nadat Middeleeuwsche onderwerping en Renaissancecritiek op zichzelf ontoereikend waren gebleken, en Pascal het juiste midden tusschen „twijfel" en „onderwerping", tusschen opheffen en stellen trachtte te vinden, waarbij hij eenvoudig terecht kwam, moest komen, bij een nieuwe stelligheid, geforceerd door een nieuwe autoriteit.

In de snellere opvolging der gebeurtenissen, het vlak na elkander overheerschen der beide tegengestelde beginselen — autonomisch beginsel en gezagsbeginsel — hebben de tijdgenooten beide zien falen, het „ancien régime" en zijn herhaling gedurende de Restauratie door de eenzijdigheid van haar dwangmethode en kastensysteem, de Revolutie door de eenzijdigheid van haar individualistische idealen en illusies.

Beide beginselen samen te vatten tot iets dat voor allen aannemelijk en voor altijd houdbaar zal zijn — wordt dan de groote werkzaamheid van een deel der bezige geesten in den aanvang van de negentiende eeuw. Alle beginselen te be-

Sluiten