Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

> Zoo we ons een pyramide dénken, op wier hoogsten top •Hegel is gezeten, de gansche wereld omvattend in zijn blik, van elk „ja" het onhoudbare en toch houdbare, van elk „neen" het houdbare en toch onhoudbare aantoonend, om „ja" en „neen" saam te vatten in wat „ja" en „neen" tezamen, wat „betrekkelijk" is — dan ontmoeten we in de lagere gebieden de geesten, wier blik zoo wijd niet reikt, wier geest zoo algemeen niet vat, maar die toch, voorzoover ze zien, hetzelfde zien. In de pogingen en projecten van Au guste Comte, van Saint-Simon en Fourrier, om de maatschappelijke behoefte aan „Ordre" te verzoenen met het persoonlijk verlangen naar „Progrès" — in Buckle's verlangen „Vrijen Wil" en „Praedestinatiie" te vereenigen — in de gedachte van Paul Louis Courier en zoovele anderen: Liberté, Autorité, Fédération", in Hugo's beroemde voorrede van „Cromwell", in Hebbel's drang om wat hij noemde „Novantike" kunst voort te brengen — ja, en als het ware aan den voet van de pyramide, in de fameuze leuze van het burgerkoningdom, de leuze van hét „Juste Milieu" en in de op dien basis door Balzac geteekende „Bourgeois moderne", — in Heine's synthetischen humor, zoo iets geheel anders dan Voltaire's analytische satire, in zijn „grafschrift" op Nicolaï — overal klinkt dezelfde stem, getuigend van hetzelfde inzicht: boven het oude fanatisme, de oude eenzijdigheden uit, tot een redelijke uitkomst te komen.

Deze werkzaamheid is in zichzelf opheffend, deze werkzaamheid (in Philo, in Pico, in Lessing) vertegenwoordigde van ouds den wil tot opheffen, den doodswil, tegenover den wil tot stellen, den levenswil, zich openbarend als dogmatisme. Zal dan dit dogmatisme, die levenswil, zich nu weer openbaren, dan zal dit een stremming, een verstoring in die opheffende, redelijke werkzaamheid beteekenen.

En bier ligt de knoop, van waaruit het conflict tusschen

Sluiten