Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als de geweren-in-rotten van soldaten: het een staat door het ander en het ander door het een, maar geen van hen staat door en op zich zelf. Zelfbehoudswil is distinctie-wil en alles wat met het zelfbehoud samenhangt, is distinctiezucht. Niemand bezit wat ieder ander ook bezit, hij bezit slechts door het gevoel dat een ander niet of minder bezit. Maar niemand bezit ook, wanneer zijn bezit volkomen heimelijk is. Koning Kandaules bezat ook Rhodope niet, want dat bezit kon voor hem niet tot werkelijkheid worden, zoolang het volkomen heimelijk was, zoolang er niet iemand anders was, die Rhodope niet bezat. Die ander moest haar dus aanschouwen, want men kan niet zeggen, dat een man een vrouw niet-bezit, die hij nimmer aanschouwde. Gyges moest Rhodope zien, opdat ze Kandaules daarna pas waarlijk zou toebehooren. Het herhaalde spreken over Rhodope is reeds een poging om haar in Gyges' geest te doen leven, zoodat bij baar in den geest althans aanschouwt, maar die poging is den Lydiër toch te subtiel, daarom moet Gyges haar zien en niet bezitten, opdat Kandaules haar wel bezitte. De misdaad van Kandaules, zijn „zedelijk tekort" vloeit hier onmiddellijk voort uit de structuur van het Leven, niet uit Kandaules' boosheid of zwakheid. Zoo is ook het „zedelijk tekort" van den minnaar in „Maria Magdalena" terug te brengen tot zijn onmacht om „zichzelf te zijn." En die „onmacht" is Noodwendigheid, de noodzaak der zelfrealisatie tot zelfbehoud. En dezelfde Noodwendigheid wiL dat menschen altijd zullen beproeven „zichzelf' te zijn, boven de grondslagen en maatstaven der j collectiviteiten uit. Slagen ze er dan in, zich op te werken naar die „toppen, waar het eenzaam is," dan haken ze toch weer naar anderen, naar een ander, om zich aan te realiseeren , om zich te vergewissen van eigen bestaan, dat 1

Sluiten