Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is «en wassen vrucht, zooals burgerjuffrouwen ze onder stolpen bewaren, levenloos, onbelangrijk, onecht.

De inconsequentie, de onwijsheid van den redelijke, van den wijze, is het merkteeken der echtheid, de toetssteen van zijn wijsheid — ze is het getuigschrift, dat hij „de voorafgaande klasse met goed gevolg doorliep" en vraagt men dengene, die zich voor redelijk, voor wijs uitgeeft, naar het „kleed van kemelshaar, dat hij versleet in de woestijn,"' dan kan hij niets beters doen dan wijzen op zijn inconsequenties !

Daarom zijn alle grooten, alle wijzen der aarde „inconsequent" geweest — als teeken dat hun wijsheid „echt" is.

Shakespeare heeft in „Hamlet" den Brutus getoond, in een „symbolisch" gesprekje met Polonius, dien hij dooden zal:

Polonius: (I) was accounted a good actor.

Hamlet: What did you enact?

Polonius: I did enact Julius Caesar, I was killed o' the Capitol; Brutus killed me."

Wie was „inconsequenter" dan Plato, die, als „redelijke"' zoo goed wist, boe het den .^rechtvaardige" zal en moet vergaan en tegelijk als .«rechtvaardige" droomde van een Staat, waar de rechtvaardige heerschen zou? Die er zich als „redelijke" volkomen rekenschap van gaf, dat de meester wekt, maar niet leert en dat geen opvoeding van „slechte" menschen goede menschen maakt en zich tegelijk als „rechtvaardige," wiegde op de zoete illusie, dat een goed voorbeeld goede menschen kweekt?

Spinoza was inconsequent — als „wijze" kon hij over de menschelijke natuur geen illusies hebben, als „rechtvaardige", als „idealist" had hij de naïeveteit, welke zich over elke slechtheid, elk verraad verbaast. Lessing was inconsequent — wie wist beter dan bij, dat de „Goeze's" niet te overtuigen zijn en wie gaf zich met al zijn eerlijk vuur, al

Sluiten