Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

recht en Duister bij Jupiter-Iahveh. Moeten we dus strijden voor Prometheus-Satan tegen Jupiter-Iahveh? Neen, Iaat ons geen hemelen, geen citadellen, geen Bastille's bestormen, want Prometheus mag niet overwinnen, wij mogen niet overwinnen met Prometheus. In den triomf kiemt de corruptie, in de macht de tyrannie, in het dogmatische „ja" de zelf-affirmatie, die stellende levenswil, de dood aan alle idealisme, dat altijd „neen" zegt, dat zelf-negatie, en opheffende doodswil is. Qui perd gagne, qui gagne perd — wie openlijke triomfen bevecht, zal in zijn overwinning ondergaan.

En zoo heeft dan ook die waarheid, welke de geschiedenis, 'naar we van den aanvang af aantoonden, zoo duidelijk en voortdurend demonstreert, maar die de menschheid niet kon zien, voordat haar letterlijk de oogen zouden zijn opengegaan, haar uitdrukking gevonden. En wat Plato al aanried, wat Ibsen al uitroept (aan het slot van den Volksvijand: „slechts in eenzaamheid is de ware deugd''), wat Voltaire reedis als uitkomst biedt, wanneer elke weg ten verderve blijkt te voeren en elke stap een misstap, als slotwoord van „Candide": „II faut cultiver notre jardin" — dat is nu ook het bescheid van den bekeerden scepticus, die van de fictie, de pretentie der onpartijdigheid heeft afgezien en voelt partij te moeten, want onweerhoudbaar te willen kiezen.

„II faut en nous et en nous seul attaquer et détruire Ialdabaoth."

Zóó aanvaardt en vervult de mensch zijn eigen dwaasheid, die hij dwaasheid weet, als het hem toegewezen deel.

En daarmee scheen dan eindelijk toch het laatste woord in het Prometheus-probleem gesproken — en het was een woord, dat velen te bevredigender en te houdbaarder scheen, omdat ze het van alle handelend ingrijpen scheen te ontslaan.

Sluiten