Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doelingen begaan, tusschen het kwaad, waarbij de bedrijver wint, en het kwaad waarbij de bedrijver verliest, tusschen de Zonde van den heerschenden Jupiter en de Zonde van den lijdenden Prometheus.

Nog was het niet genoeg, toen de mensch afstand leerde doen van zijn gewaande wijsheid, toen hij erkende „den Vader" niet te kunnen volgen en zich schikte in de dwaasbeid, het „goede" boven het „slechte" verkiezend, tegen de rede in — hij moet nu leeren afstand doen van zijn gewaande „goedheid", erkennen dat hij ook „den Zoon" niet kan volgen en deemoedig zijn deel in de bezoedeling zoo goed als zijn deel in de dwaasheid op zich nemen, hij moet „Prometheus" zijn, wetend dat hij eerst „Orestes" en daarna „Jupiter" zal wezen, door zijn onafwendbaar noodlot, en dat het daarenboven nergens toe dient, dat het alles en alles tezamen niets is dan een moment in de zelfontplooiing van het Absolute, dat zichzelf ten doel heeft, niets dan één enkele omwenteling van een rad, dat geen andere bestemniing heeft dan eeuwig te wentelen. Al zijn „idealen" brandhout op een onverzadelijk vuur, dat geen andere bestemming heeft dan te branden, wicht in een schaal, die nooit zal overslaan en waarvan bij weet, dat ze nooit zal overslaan. „Jupiter" zit in de eene schaal en „Prometheus" in de andere, tot in alle eeuwigheid — in hun kamp spiegelt zich de goddelijke zelfontplooiing, de Absolute doelloosheid, een atoom van het Woord, dat vervuld zal worden, dat zichzelf vervult

Wie zóó zijn schuld op zich neemt, die alleen is schuldeloos.

Sok rat es stond verbaasd, toen het Orakel hem den wijsten man in gansch Athene heette — want hij was zich „geenerlei wijsheid bewust" — doch zijn denken doorgrondde het raadsel: wijsheid is niet voor menschen weggelegd, maar «rijs boven anderen is hij, die weet, dat 'hij niets waard is in

Sluiten