Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEVENDE HOOFDSTUK.

I.

De slag was gevallen.

Cornelius was aangesproken voor het bedrag, waarvoor hij borg was gebleven, door de firma van Asten. Joost van Minnebeeck was voortvluchtig ... en op het oogenblik, dat hem dit in een kalmen brief zakelijk werd meegedeeld, werd het Cornelius zoo vreemd te moede. Hij had dit altijd geweten... en ook altijd geweten, dat dit het einde beteekende ...

Een zwaarte zonk in hem neer, een looden onontkoombare zwaarte, die hem nederdrukte in zijn stoel, en die zelfs zijn oogleden te verlammen scheen. Met moeite vormden zich de gedachten in zijn traag-werkende hersenen; al doffer, doffer klopte zgn hart, een vage benauwdheid deed hem de lippen openen, en luider ademen, als iemand, die weg-zinkt in sluimer ...

O, het was hem goed, dat hij niet langer denken kon, dat het zoo stil en donker werd om hem heen ...

Sluiten