Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ACHTSTE HOOFDSTUK.

I.

Zes jaren lang hadden de zusters Keetje en Aagje reeds het geluk genoten van het jonge leven in hun huis. Cornélie was tien jaar geworden, en een mooi en bloeiend meisje, zooals het vierjarige kind beloofde. Zij voelde zich zoo volkomen thuis bij de tantes, als had zij nooit een ouderlijke woning gekend, en de geregelde bezoeken, die zij bij haar moeder afleggen moest, waren haar een verplichting, waaraan zij maar noode gehoorzaamde. Van haar tantes, zelfs van de niet altijd zachte tante Keetje, hield zij oneindig meer dan van haar moeder, die zoo stug en streng kon zjjn, dat zij zich het geheele bezoek over beklemd en ón-thuis gevoelde. Nooit gingen de tantes met haar mee naar mama, en nooit kwam mama bij hen aan huis; het was een vreemde verhouding, waarvan zij niets begreep. Maar altijd was zij blij, als zij weer terng was in het huis op de Geldersche Kade, waar in den grooten salon, Zondagsmiddags de tantes

Sluiten