Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lot haar dwong in zichzelve besloten te houden, gaf zij aan haar pleegdochtertje. Al haar gedachten, al haar daden hadden het kind tot middelpunt. Ook Keetje hield van Cornélie, zij was er blij mee, dat deze haar naamgenootje was, en zij beantwoordde met hartelijkheid haar aanhankelijke kindergehechtheid; ook Keetje was veranderd onder den invloed van jeugd en vroolijkheid om haar heen; haar stroefheid, haar gelaten berusting, die soms tot apathie verwerd, wijzigde zich in een kalme opgeruimdheid; ook Keetje waardeerde het lieve, het geluk-aanbrengende van het kind. Maar niet zooals zij. Voor haar was Cornélietje alles. Zij kon zich haar leven niet meer denken zonder de nabijheid van het kleine wezen, waarop al haar gevoelens en al haar handelingen zich concentreerden. Zij kon het ook wel begrijpen: aan Keetje was te veel ontnomen: haar eigen kleine kindje en haar man. Maar voor haar, die nooit iets bezeten had was de liefde van het kind als een openbaring, een overstelpende heerlijkheid, waarvoor zij God nog dagelijks op haar knieën dankte.

Haar heele dag was gevuld met grootere en kleinere zorgen voor Cornélie. 's Morgens kwam zij haar roepen; zijzelve opende de blinden en trok de ringetjes-gordijnen op; dan stond zij even in stil genieten te kijken naar het kind door een kier der damasten bed-gordijnen; zoo hef lag het daar met de losse blonde haren, die nog maar steeds te kort waren om te worden gevlochten, om het fijn-blanke gezichtje, met een

Sluiten