Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar zij woonden er allerlei vroolijke straattoneeltjes bij, en zij vermaakten zich met de geestige wijze, waarop de kooplieden hnn veelsoortige koopwaar aan den man zochten te brengen.

O, met geestdrift verklaarde Aagje, datKotterdam de prettigste stad om te wonen was. Zij had dit in haar jonge jaren óok gevonden, maar daarna een langen tijd in haar geboorteplaats door-gebracht, die haar bij de herinnering zóó wanhopig dor en leeg voorkwam, dat zij zich als in een gevangenis waande, waaruit geen ontkomen mogelijk was. En nu was het oude warme gevoel van dankbare tevredenheid weer in haar ziel; en als zij voor den spiegel de keelbanden van haar hoed vast-strikte, dan glimlachte zij haar eigen beeld wel eens toe; zij zag het blozende, gaaf-ronde gezicht van een goedmoedige oude juffrouw, met rustige, opgeruimde oogen, en een vriendelijke uitdrukking om den mond.

Zij was het volkomen eens met den man, die zeide de geheele wereld rond-gereisd te hebben, maar nergens een stad te hebben gevonden, zoo bewonderenswaardig als Rotterdam. Was het ook niet mooi, het gezegde, dat bekend was omtrent de stad: „De zon gaat nooit onder in Rotterdam zonder een preek te hebben gehoord"...!

En dan de omstreken... zij kon het nooit goed hebben, als de Hagenaars bluften op hun Bosch en Boschjes en Scheveningen ... Hadden zij iets, wat te vergelijken was met 't Overmaasche en Feyenoord? De tochtjes met Cornélie in de zomer-vacanties behoorden tot haar allerliefste

Het gevleugelde Wiel. n. g

Sluiten