Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor het geweld der militaire macht! De militairen kenden geen genade ! Niemand mocht zich aan hen vertoonen, of ze mishandelden hem met hun sabels! Opgewonden kwam Roelofje vertellen, dat in de Kipstraat een man uit zijn huis kwam, om naar de Steigersche Kerk te gaan; een grenadier beval hem om te keeren, en de man had niet eens tijd om te zeggen, dat hij naar de kerk wou, of: pats! daar had hij al een sabel-slag beet!...

— Net goed! zei tante Keetje, en legde haar bril op het open bjjbelsch dagboek. Dat zal hun mores leeren; 't is ongehoord, hoe dat brutale volk is durven optreden. Ongehoord! ongehoord! herhaalde zij verontwaardigd, toen Aagje opmerkte, dat de goeden zooals nu die man die alleen maar naar de kerk wou, altijd met de kwaden moesten lijden. En eigenlijk waren allen het er over eens, dat „het volk maar hebben moest, wat er bijstond" ; ook de drie boden, die in den dienst der oude dames waren vergrijsd, waren geheel op de hand van de overheid, van „de heeren" en niet van het volk.

En op het hooren van de tijding, dat de Vletter gevangen was genomen, was de opgewonden blijdschap zóó groot, dat de tantes en Cornélietje elkaar half-schreiend in de armen vielen, God dankend voor het afgewende gevaar. En tante Keetje stelde aan het diner voor, om een glas te ledigen op het welzijn der dappere weermacht, die Rotterdam van den ondergang had gered....

Sluiten