is toegevoegd aan uw favorieten.

De pepercultuur in de buitenbezittingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Drie jaar later begint de eigenlijke productie, opleverende l1/, tot 5 picol witte peper per 1000 ranken.

De tusschenoogsten van Maart tot Juli noemt men „boeah penjala", zij brengen niet meer op den V2 tot 1/i pikol witte peper per 1000 ranken.

Worden de oogsten tot zwarte peper verwerkt dan is de opbrengst twee tot driemaal meer.

De trossen worden geplukt, zoodra daaraan ook maar ééne bes rijp (rood) is.

V. Bereiding.

Na den pluk worden de trossen gesorteerd. Die, welke vele kleine bessen bevatten of wel' bessen die nooit rijp zouden kunnen worden, komen niet in aanmerking voor de bereiding van witte peper, doch worden uitsluitend op zwarte peper bewerkt. De andere trossen, waarin vele mooie groote bessen voorkomen, worden in gonje- of poeroenzakken gedaan en gedompeld in stroomend water. Is dit niet voorhanden dan plaatst men ze in putten. Bij algeheel gebrek aan zoet water worden de trossen in zeewater gedompeld; het behoeft echter geen betoom, dat door eene dergelijke behandeling een minderwaardig product ontstaat. Na acht of tien dagen worden deze bessen in manden overgebracht en zoo lang met de voeten betreden (dikasai), dat de zachte schil loslaat. Vervolgens spoelt men alles met schoon water af, zoodat de van alle onreinheden gezuiverde korrels overblijven. Deze worden dan een dag of drie in de zon gedroogd, waarna de witte peper voor den verkoop geschikt is.

Om zwarte peper te bereiden droogt men de trossen in de zon; na enkele dagen is dit drogingsproces afgeloopen en worden zij ontdaan van takjes en andere onreinheden. De behandeling is daarmede geëindigd.

De peper uit de afdeeling Amoentai wordt, in gonjezakken verpakt, per prauw naar de hoofdplaats Amoentai vervoerd en verder naar Bandjermasin verscheept. Uit de afdeeling Tanahboemboe wordt het product, verpakt in gonjezakken van 175 kati of + 108.5 KG., per Paketvaartstoomer of Chineesch vaartuig van Kota Baroe grootendeels naar Singapore verzonden. Nog geen tiende deel gaat naar Soerabaja.

Omtrent de productiekosten per pikol loopen de ambtelijke gegevens zeer uiteen. Voor de afdeeling Amoentai schat men die op + ƒ 5.50 per picol, terwijl. omtrent Tanahboemboe vermeld wordt dat „berekend „over tien jaar, de gemiddelde productiekosten van een middelmatigen „tuin ƒ 25.-— bedragen voor witte en ƒ 15.— voor zwarte peper. Zijn „de marktprijzen twee achtereenvolgende jaren, minder dan ƒ 25.—, „respectievelijk ƒ 15.—, dan verkoopen groote massa's tuinbezitters hun-