Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

korrelen zaads nu erin geworpen, blijken korrelen schats te zijn, en wel zeer bewijst het weder de harmonie van dien geest èn dat 't voor een kunstenaar gewenscht is, ook bij het oogsten de „koele hand" te bezitten, dat zij dien rijkdom te bemeesteren wist .... Toch slechts één der psychische oorzaken, zoude de andere — die van het meerdere — niet zijn : het nu meer onbevangen staan tegenover de wereld, het dieper kunnen binnengaan in deze dan haar vroeger mogelijk was ? Zou het niet zijn, dat hier een dieper wetenschap dan eertijds door haar bezeten een glans van grooter rijkdom over haar werk heeft gespreid ? Men kan daaraan nauwelijks twijfelen, zoo min als aan het feit, dat Indië, haar ontdekker, thans ook haar leeraar is geweest, de Ida Bagoes, van wiens schijnbaar kinderlijknaïeve woorden zij den diepen zin voor goed heeft verstaan. De oude jager, die van hetzelfde wonderland den eerbied en teedere liefde leert voor het levensrecht van al wat leeft, zal het U hebben gezegd hoe veel ook zij geleerd en hoe diep zij begrepen heeft. *) En nergens wellicht meer dan daar ziet mendan ook „de synthetische greep, die het vermag tegelijkertijd analytisch te zijn." Natuurlijk : want ook waar bleek duidelijker dan daar, dat het Wezen, het Inzicht, de Woorden draagt, die Hem schijnen te dragen ? .. . . —

VIII

Ook Augusta de Wit behoort dus niet tot die allergrootste maar eenzijdige menschenscheppers, voor wie het mensenscheppen hoofdzaak en het andere bijkomstig wordt. Maar ook hier heeft hare irmejrlijk^_eyenwichtigheid haar aanleg het beste en hoogste doenbëre^end^Fdezè bereiken kon, en het werd haar gegeven overtuigend en hartverwinnend, in héél haar werk te zijn. Maar tevens moet ik als mijne meening uiten, dat, zet haar geestelijke ontwikkelingsgang zich door in de lijn, waarin zij zich nu beweegt, het prozadicht met de subjectieve lyriek, met den mensch louter als symbool van één menschelijke neiging of kracht, sterk naar voren zal treden : dat zekere mystieke inzicht, indien het

') De Gids, 1912, II. —

Sluiten