Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij verwarmen met geconc. Salpeterzuur, treedt eene gele kleur op, die door neutraliseeren met Ammonia in goudgeel overgaat (Xanthoproteïnreactie).

Alkalische koperoplossing (kopersulfaat 4- kaliloog, niet omgekeerd!) geeft bij verwarming eene roode tot violette kleur (Biuretreactie voor peptonen).

Toevoegen van suiker en geconc. Zwavelzuur, brengt eene roode verkleuring teweeg, die aan de lucht in donker-vielet overgaat.

Volgens de nieuwere onderzoekingen verdeelt men de eiwitstoffen in :

a) Oorspronkelijke of onveranderde eiwitstoffen (albumine, globuline, kleefstofproteïne).

b) Eiwitstoffen, die uit de eerste door splitsing ontstaan zijn, zonder daarbij het karakter der echte eiwitstoffen verloren te hebben (acidalbumine, albuminaten, albumosen, pepton).

c) Met eiwit verwante stoffen (nucleïn, nucleïnbasen, amiden).

Het Albumine is oplosbaar in water, verdunde zuren en alkaliën, verder in verdunde en geconc. oplossingen van keukenzout en magnesiumsulfaat. Sterke mineralische zuren coaguleeren het albumine, doch bij langdurende inwerking lossen zij de geronnen eiwitstof weder op. Oplossingen van albumine gerinnen door verhitting.

Het leukosin der graangewassen is een echte albumine uit dezelve ontstaan, zeer waarschijnlijk de v.ersuikeringsenzymen.

Het Globuline is niet oplosbaar in water, het lost op in verdunde zoutoplossingen, waaruit het zich door verwarmen of door toevoegen van geconc. magnesiumsulfaatopl. laat neerslaan. Het globuline is in het dier- en plantenrijk zeer verbreid. Tot het globuline behooren : het avenalin, het edestin, het plantenmyosin, het bynedestin en het tuberin.

Het Kleefstofproteïne is in verdunde alcohol oplosbaar en komt in alle graangewassen voor. De tarwe bevat drij soorten van kleefstofproteïne, te weten : het gliadin, het glutenin en het mucedin; de rogge, de gerst, de haver en de maïs bevatten er twee, te weten het gliadin en het mucedin. Het gliadin heeft, in verbinding met het glutenin, de eigenschap teer (lijm of kleber) te vormen. In de tarwe komen ze beiden nevens elkaar voor, en daaraan is het te wijten dat alleen deze graansoort kleber levert. Men bereidt het, door het tarwemeel op een fijn ziftje onder water uittekneden; de taaie, rekkige massa welke op het ziftje achterblijft is het zoogenoemde kleber.

Sluiten