Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de werking en voortplanting van de bacterie zeer gering ; en bij 50° C. sterft zij af. De azijnzuurbacteriën worden onder de snel groeiende en voor de brouwerij en stokerij gevaarlijke microorganismen gerangschikt.

Om deze bacteriën zooveel mogelijk uit de brouwerij te weren, moet men zorg dragen dat bierresten niet in het gebruikswater afgevoerd worden. Tevens zal men zorgen dat geen bier, spoelwater, sikkerwater uit de bostel, gist noch gistwaschwater op de vloer, zoowel buiten als binnen de brouwerij blijven liggen. Kuipen, vaten en gereedschap, alsook bommen en kurken moeten door heet water gereinigd worden. Hoe men de azijnfermenten, alsmede alle andere bacteriën in de zetgist doodt, vindt men op de laatste bladzijde van dit boek vermeld.

Geperste gist wordt door de azijnzuurbacteriën niet tot bederf gebracht. Bedoelde bacteriën bezitten eene eigen beweging, vormen geene sporen, maar nemen bij hooge temperaturen meestal involutievormen aan.

De azijnzuurbacteriën kleuren zich door jood geel tot blauw.

Hei Boterzuurferment.

Van genoemd ferment bestaan er verscheidene variëteiten : men noemt Chlostridium butyricum, Grannulobacter saccharobutyricum, enz. Dezelve komen in de natuur zeer talrijk voor, men treft ze op het graan, het mout, de beslagresten, in de tuinaarde, enz. aan. Zij zijn staafjensvormig en dikker als de melkzuurstaafjens, maar toch is het voor een niet geoefend oog dikwijls onmogelijk om ze van de melkzuur- en van nog andere bacillen te onderscheiden. In vergiste of in goed versuikerde mengsels of worten, treft men ze zelden in hun karacteristieksten vorm aan. Wil men ze in hun plompen, dikken staafjensvorm onder den microscop zien, zoo bereidt men zich een beslag uit 100 deelen maïs, 200 deelen water en 10 a 15 deelen dikke brouwerijgist, voegt 3 ccm normale natronloog toe en laat 3 a \ uren bij 37 a 420 Cels. staan. Xa dezen tijd is het vocht vol van de dikke boterzuurstaafjens, zooals men ze in de meeste boeken afgebeeld ziet. Het boterzuurstaafje vormt sporen, (1) begint te kiemen, breekt den buitenwand der cel en de kiemdraad

(1) Eene spoor is eene larve, ei of zaad eener microob ot zwam, en is den rustenden of niet vegetatieven toestandsvorm derzelve. Komt de spoor later in een gunstig midden, zoo begint dezelve te kiemen om weer in haren \egetatieven of woekervorm over te gaan.

Sluiten