Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JEthylalcohol (C-2 H6 O) (Wijngeest.)

De aethylalcohol ontstaat, nevens het koolzuur (CO2), uit de suikers als hoofdprodukt der alcoholische gisting.

100 deelen dextrose moeten volgens de theorie 51,14 deelen alcohol en 48,86 deelen koolzuur leveren, doch praktisch is dit niet juist, daar de gist ook suiker voor haren opbouw verbruikt en de, in elk beslag altijd voorkomende bacteriën, suiker in andere stoffen splitst. Men schat dat 4 a 6 % der suiker op deze wijze voor de alcoholfabrikatie verloren gaan.

De zuivere alcohol is eene beweeglijke, sterk lichtbrekenae, neutrale vloeistof zonder bijzondere reuk of smaak, en is in elke verhouding met water mengbaar. De absolute alcohol bezit een sterk aantrekkingsvermogen voor water: uit vochtige lucht trekt hij aanmerkelijke hoeveelheden vochtigheid aan. Waterhoudende lichamen onttrekt hij begeerig hun water. De brandende werking op tong en in de keel, berust op deze eigenschap : hij onttrekt water aan de waterige slijmhuid der mondholte. Met water vermengd, verwarmt hij zich onder sterke samentrekking, zoodat het volumen van het mengsel kleiner is als het volumen der twee stoffen op hun eigen.

Het volumengewicht van den alcohol bedraagt bij 150 C. 0,793425 en zijn kookpunt ligt bij 78,4° C.

De alcohol is ook zeer brandbaar, doch niet zoo zeer als naphta; hij verbrandt met eene weinig lichtgevende blauwe vlam. De alcohol is ook veel vluchtiger als water ; daaruit spruit de mogelijkheid voort hem uit verdunde mengsels door distillatie te gewinnen. Uit een mengsel van water en alcohol ontwikkelen zich door koken dampen met sterker alcoholgehalte als de kokende vloeistof; z. b. v. uit eene vloeistof, welke 5 volumenprocenten alcohol bevat, ontwikkelen zich bij den aanvang dampen welke 42 volumenproc. alcohol bevatten. Door eene herhaalde rectificatie, kan men den alcohol sterk concentreren, maar niet volkomen watervrij maken ; hij blijft 2 a 3 0 0 water hardnekkig vasthouden, doch door hem te distilleeren over stoffen zooals gebrande kalk of metalisch natrium, wordt hij ten slotte watervrij.

Zeer geschat is de alcohol als oplossingsmiddel voor vele stoffen; alle soorten van hars — dus ook de hophars — lossen zich in alcohol met gemak op. In vele takken der nijverheid, zooals in de Springstof-, Celluloïdin-, Kunstzijde-, Vernis-, jEther- en Azijnfabrikatie, is hij onontbeerlijk.

In absoluten toestand gedronken, is de alcohol een groot ver-

Sluiten