Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Genoemd gas ontstaat verder bij alle verbrandings- of verweringsprocessen van stoffen, welke koolstof bevatten; bij deuitademing van planten, dieren en menschen alsook bij de ontleding van koolhoudende stoffen in de aardlagen.

Zuiver koolzuur is een kleurloos, reukeloos gas van eigenaardig zwakzuren en prikkelenden smaak. Het is niet vergiftig zooals het kooloxvd, doch het onderhoudt ook niet het ademingsproces, zoodat menschen en dieren in eene koolzuuratmosfeer verstikken.

Door alkaliën wordt het gretig opgenomen, er vormen zich daaruit carbonaten en bicarbonaten; door sterkere zuren, alsook door warmte kan men het uit deze stoffen weer verjagen.

Bij o° en een druk van 36 atmosfeer, gaat het in eene vloeistof over; den hiertoe noodigen druk stijgt natuurlijk met de temp., zoodat bij 15 a 20° C. hiertoe een druk van 52 a 65 atmosfeer noodig is.

Het vloeibaar koolzuur verdampt in de lucht zeer snel en ontwikkelt daarbij eene zoo aanzienlijke koude, dat het zuur voor een deel tot eene sneeuwachtige, vaste massa bevriest, die in de vrije lucht eene temp. heeft van — 78° C. en op de huid brandwonden veroorzaakt.

Koolzuur lost in water vrij gemakkelijk op; 1 volumen water lost bij o°C. 1,80; bij io° C. 1,18; bij 20° C. 0,91 volumen koolzuur op. In alcohol is het koolzuur veel gemakkelijker, oplosbaar; zoo lost b. v. 1 volumen absolute alcohol bij o° en 760 mm. druk 4.33 volumen er van op; alcoholische vochten, zöoals bier, enz. lossen dus meer koolzuur op als zuiver water. Brengt men het koolzuur onder druk met de betreffende vochten te samen, zoo lost het er natuurlijkerwijze nog veel sterker in op.

1 lit. koolzuur weegt bij o° en 760 millim. barometerstand 1,9777 gr.; het is dus veel zwaarder dan de lucht, die maar 1,2933 gr. weegt. Men kan het koolzuurgas om zoo te zeggen van het eene vat in het andere gieten, daaraan is het dan ook toe te wijten, dat bedoeld gas in de onderste lagen van het gistingslokaal in veel dichteren toestand aan te treffen is.

Het koolzuur is een geneesmiddel voor maaglijders; het is ook zeer bederfwerend, dus een goed bewaarmiddel voor vleesch, spijzen en dranken. Het is het belangrijkste hoofdbestanddeel van het bier, want een bier met zeer weinig koolzuur heeft geen aanzien, smaakt flauw, schraal en bitter, is moeilijk verteerbaar, verwarmt de maag niet, doch blijft er zwaar opliggen; daarenboven valt zulk bier welhaast de eene of andere bierziekte ten prooi. Het CO2 is dus voor het bier wat het zout voor de spijzen is.

Sluiten