Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de pel moet bersten gaan; het meel moet gelijkvormig vochtig, doch niet brijachtig-week zijn. Het is geraadzaam de tarwe, welke men op de vloeren zoekt te bearbeiden, liever ietwat te weinig als wel te veel te weeken, want in het eerste geval kan men ze door besprenkelen op den vloer nog naweeken, en in het tweede geval zou men het overtollige water moeilijk meer kunnen wegnemen, het graan zou de schimmelvorming en de verzuring min of meer prijsgegeven zijn en daarbij nog onregelmatig kiemen.

Om het schimmelen ook nog te vermijden, is het aanbevelenswaardig de doode granen, die boven water zwemmen, door afscheppen weg te nemen, of nog praktischer, ze in een overdrijfkasje op te vangen. Om dat dit goed zou kunnen geschieden, is het noodig dat de weekbakken alzoo ingericht zijn, dat men langs onder lucht en water geven kan.

De temp. bij het weeken bedraagt 10 a 150 Cels.

De behandeling der tarwe op den moutvloer is niet veel verschillend van die der gerst. Men brengt de geweekte tarwe in spitshoopen van 15-25 centim. hoogte, volgens de temp. van het lokaal en degene welke men in het graan zoekt te bereiken. Gedurende de eerste 15 uren wordt zij gewoonlijk 2 maal omgeworpen, om het aanklevende water op te drogen. Men laat de tarwe daarna gerust liggen, tot zij goed begint te spitsen, en breidt ze dan in eene laag van 10 a 15 cent., volgens de temp., uit. In den loop der volgende dagen is een 2-3malig omwerpen in 24 uren gewoonlijk voldoende.

In de pneumatische mouterij (systema Saladin) behandelt men de tarwe op de volgende wijze : Zoohaast de kast met het geweekte graan gevuld is, doet men er de keerschroeven doorloopen, laat het graan dan rustig liggen, onder voortdurend en langzaam doorstrijken der lucht, tot het begint te gaffelen, wat na 20 a 24 uren het geval zijn zal en keert het dan alle 12 uren om.

Daar de tarwe het water veel gemakkelijker inneemt als de gerst, zoo geeft zij hetzelve gedurende het kiemproces ook veel gemakkelijker af. Dientengevolge is, in de meeste gevallen, het graan na 3 dagen reeds sterk uitgedroogd, wat gemakkelijk aan het verwelken der worteltjens waar te nemen is. Hierdoor treedt zelfbegrijpelijk stilstand in de voeding der plant op, daar genoemde organen ophouden den korrel de noodige vochtigheid toe te voeren. Het is daarom geraadzaam, van in den beginne des derden dags, vóór men het mout omschept, hetzelve een weinig door water

Sluiten