Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

licht hebben een slechten invloed op de vorming der diastasen. Rood-oranje en blauw werken integendeel gunstig.

Het kenmerk van een goed behandeld tarwemout is dees : Bij het doornijpen van de korrel mag de inhoud niet hard noch morzelig zijn, maar integendeel week en melig, en moet zich tusschen den vinger en den duim gansch laten uitbreiden en daarop eene krijtachtige streep geven.

De Moutbereiding uit Gerst.

De gerst is te allen tijde als de ter moutbereiding best geschikte graansoort bekend geweest.

Oppervlakkig beschouwd, bemerkt men aan de gerstekorrel evenals aan de tarwe- en haverkorrel een « groefje » dat de gansche lengte van de korrel doorloopt. Diep in het groefje gedrukt bevindt zich aan het onderste einde van de korrel een borsteltje, de « Basaalborstel » genoemd. Aan het bovenste gedeelte der rugzijde van de korrel bevindt zich de « Baard » of het « Haar » welke bij het dorschen grootendeels afbreekt.

Het groefje, op zijn langs doorgesneden, heeft de gerstekorrel de volgende stuctuur.

Men onderscheidt:

A. Het omhulsel, bestaande uit de pel en de vrucht- en zaadschaal ;

B. De kiemling (Embryo);

C. Het meellichaam (Endosperm).

De kiemling bevat, rudimentair reeds aangelegd, de eerste organen der zich uit de zaadkorrel ontwikkelende jonge plant; het Endosperm heeft alleen ten doel de Embryo bij zijne ontwikkeling zoolang met voedingsstoffen te voorzien, tot dezelve door de beginnende ontwikkeling zijner wortel- en bladorganen voedingsstoffen uit den grond en de lucht ontnemen kan.

Aan den kiemling onderscheidt men nog de volgende deelen : het « Plumula * (pluimpje of bladkiem); de « Radicula » (wortel); het « Scutellum » (schildje), bladkiem, Cotyledon ; het « Zuigepithel *> en het opgelost « Endospermschichtje ».

Om een goed mout te bereiden, is het noodig dat de gerst uit eene enkele soort bestaat, van gelijke grootte en van denzelfden oogst is.

Er bestaan twee hoofdklassen van gerst: de Wintergerst en de Zomergerst. Het is zeer gemakkelijk ze te onderscheiden. De Zomergerst heeft korte en dikke granen, terwijl deze van de Wintergerst lang, smal en puntig zijn.

Sluiten