Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

graanschicht blaast. Een te weinig weeken is altijd beter als een te veel, om rede dat de kommerlijke en niet-foutvrije korrels sneller water innemen als de normale. Wou men nu de weekrijpheid dezer laatste afwachten, dan zouden de eerste overweekriip worden, bijgevolg niet meer kiemen en gedurende het kiemproces de gezonde korrels door schimmel- en melkzuurvorming bederven. Het is ook altijd gemakkelijker vochtigheid te geven als weg te nemen.

De Engelschen laten hunne gerst niet te weekrijp worden, en begieten het mout dikwijls.

De gerst voor de pneumatische mouterij laat men 45 a 46 % en voor de vloermouterij 43 a 44 % water innemen.

Men spreidt de geweekte gerst in eene dunne laag op den moutvloer uit en tracht het aanklevend water, door luchtig scheppen, zoo snel mogelijk te doen opdrogen. Brengt haar dan in spitshoopen van 30 a 40 centim. hoogte, naar gelang der mouterijtemp. en laat haar gerust liggen tot zij even begint te spitsen, doch zonder dat de temp. 170 Cels. overstijgt, anders moet men den hoop reeds vroeger uitspreiden. Men bewerkt het mout in eene laag van 10 a 20 centim. en zorgt dat de temp. de 3 eerste dagen 16 : en de laatste dagen ig° Cels. niet overstijgt. Hoe dikwijls men het mout moet keeren, hangt geheel en al van de temp. af; sommigen moeten alle 4^5 uren keeren en andere maar alle 6 a 10 uren. Begieten, als het noodig is, kan men reeds van den 3" a 4" dagen wel 2 maal daags, telkens voor het wenden. Wanneer de bladscheut de 4/5 der geheele korrellengte doorloopen heeft, geeft het mout haar hoogste extractgehalte nevens een zeer bevredigend enzymengehalte. Zulk mout is het beste voor alcohol- en gistfabrieken welke met eestmout arbeiden.

In de stokerijen, waar men het mout als groen mout gebruikt, laat men de bladkiem zoolang worden, tot zij de 2 a 3voudige lengte van de gansche korrel bereikt heeft; zulk mout noemt men « Langmout ». Prof. Dr Delbrück zegt van dees mout, dat het niet alleen toelaat geringere hoeveelheden van hetzelve aan te wenden, doch dat het ook eene volkomere vergisting bewerkt. De oorzaak hiervan is drijerlei : ten eerste, is de betere vergisting het gevolg der energischere werking der versuikeringsenzymen, welke zich tot in de nagisting uitstrekt; ten tweede, is zij het gevolg eener reinere gisting, daar langmout koud en luchtig gevoerd wordt; en ten derde, is zij het gevolg der betere oplosbaarheid van het zetmeel in het mout zelf bevat.

Sluiten