Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het langmout is ook bijzonder geschikt voor het zoo verbluffend eenvoudig en praktisch procédé der « Microbenvrije gisting » volgens Hendrik Verlinden. Door dees procédé is het mogelijk de gisting geheel en al microbenvrij te doen verloopen en de hoogste rendementen te bekomen.

Wil men goed lang mout bereiden, dan voert men de parties zeer luchtig in eene hoogte van 5 a 10 ccm bij eene temp. van 15-16° Cels., gedurende 15 a 17 dagen, en begiet het gewas van den 3den dag af, telkens vóór het wenden, met 2 a 3 lit. water per 100 kg. gerst.

Het beste langmout zal datgene zijn, hetwelk nevens de kortste bladkiem het hoogste diastasegehalte bezit. De wortels moeten zooveel mogelijk gekroeseld en niet slank en effen groeien en de bladscheut moet, om het hoogst mogelijkste diastasegehalte in het graan te bekomen, niet meer dan eene korrellengte buiten het graan reiken. Het diastasegehalte hangt meer af van een koude, luchtige en lange behandelingsduur op den moutvloer dan van de lengte van den bladscheut.

In de Duitsche brouwerij, waar men bier naar Münchener typus bereidt, houdt men tot de bereiding van mout de voor de stokerij aangehaalde methode aan (wel te verstaan niet de langmoutmethode). Men laat de gerst veel water innemen, voert haar bij 17 a 19° Cels. en in matig hooge hoopen, verlucht ze niet veel en keert ook niet dikwijls. Men werpe hierbij niet, doch steekt maar om. Zulk mout smaakt veel zoeter dan het hiervolgende en wordt daarom « zoeimout » genoemd. Voor bieren van Pilsener typus gebruikt men meestendeels de fijnschalige Oostenrijksche chevaliergerstsoorten, laat ze niet sterk weeken, voert ze mogelijk koud (bij 14 a 16° C.) en keert ze dikwijls en sterk, om niet te veel diastase en suiker in het mout te bekomen. De bladscheut bereikt maar de kleine 3U lengte van de korrel. Zulk mout noemt men meelmout.

In Westphalen en Rijnland, waar men zich bijzonder toelegt op de bereiding van een goed en sterk schuimend bovengistbier, behandelt men de gerst op de volgende wijze ; Men laat eerst al het water in den weekbak, doet er per 1900 kg. gerst 1 emmer gebluschte kalk bij, roert goed dooreen en schudt er dan de gerst in. Om alles goed te vermengen en de gerst terzelfder tijd te reinigen, pompt men lucht in de massa. Laat 10 uren lang staan, schept de zwemgerst af, vernieuwt het weekwater en pompt weder lucht door de massa. Na 12 uren geeft men wederom versch water en lucht. Erhaalt deze bewerkingen alle 24 uren, tot

Sluiten