Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de hop voorkomende schimmelsporen beginnen te ontwikkelen en de waar den bekenden duffen reuk mededeelen. Om deze onaangenaamheden te voorkomen, is het noodig dat men de hop droge. In den ouden tijd droogde men de hop uitsluitelijk op luchtige en droge zolders, waar men ze in eene schicht van circa 12 centim. uitspreidde. Tegenwoordig neemt men meest overal zijne toevlucht tot de kunstmatige uitdroging, omdat men dan niet meer zoozeer van het weêr afhankelijk is, en ook omdat men meer hop op eene kleinere plaats drogen kan. Er bestaan talrijke systemen van hopeesten en over het algemeen houdt men de inrichtingen met eene eenige, gedurende het drogen vastblijvende horde voor het doelmatigst. De inrichting van den eest moet alzoo getroffen zijn, dat een sterke luchtstroom ontstaat. Aan de lucht voorafgedroogde hop legt men niet hooger dan 30 centim. en groene hop niet hooger dan 20 centimeters.

In den aanvang laat men bij circa 28° C drogen, later stijgt men de temp. tot op 35 a 38° C.. Boven deze temp. mag niet gedroogd worden, daar anders het lupuline bruin tot rood gekleurd wordt en de waar daardoor zeer veel in waarde vermindert. De droogtijd neemt men niet korter dan 6 en niet langer dan 12 uren. De eesten waarop de hop gezwaveld wordt, kunnen ook dienen als droogeesten, doch dan moet de hop eerst op luchteesten een voorafgaandelijk droogproces ondergaan hebben, want op de zwaveleesten ligt de hop 1 a 1,20 met. hoog.

Het zwavelen geschiedt door een weinig zwavelbloem onder den doek te verbranden. Deze operatie dient eigenlijk om de hop houdbaarder te maken en ook om de schimmelsporen te dooden; nogtans maken er sommige lieden ook gebruik van om oude hop jonger te doen schijnen. Een slecht gevolg voor het bier heeft het zwavelen der hop hoegenaamd niet. Wat de vervalsching der hop betreft, deze kan op verschillende wijzen geschieden, ten eerste, met er gelen oker op te strooien om haar het uitzicht eener meelrijke waar te verleenen; ten tweede, door er dikke bierwort of eene verdunde lijmoplossing op te gieten of er fijn gewreven hars-op te strooien om haar vettiger of kleefachtiger te doen schijnen; ten derde, door er voor het drogen keukenzoutopl. op te gieten om het gewicht te vergrooten ; en ten vierde, door oude hop te zwavelen om haar de kleur van jonge hop te geven.

De hopbestanddeelen, zooals vluchtige olie, hars en looizuur veranderen gemakkelijk indien ze aan de vrije lucht blootgesteld worden; de eerste gaat door de zuurstof der lucht in het slecht riekend baldriaanzuur, de tweede in hardhars en* de derde in

Sluiten