Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene betere en langdurige nagisting hebben, veel handbarer zijn en daarenboven een malsche smaak bezitten. Bij toevoeging van een weinig oudbier, of van een weinig zuur e,n van bier uit gecarameliseerd mout, kan men uit suiker de fijnste bieren bereiden.

Bij gebruik der vijf eerstgenoemde suikers, is het noodig de versuikering van het moutbeslag bij eene zeer hooge temperatuur te doen plaats hebben, om veel Dextrin in het bier te verkrijgen; doch bij gebruik van Glucose, en vooral van Glucosesiroop, kan men de gewone versuikeringsmethode volgen, daar deze stoffen soms tot 40 °/0 Dextrine bevatten.

De suikers worden aan de wort of het water toegevoegd als dit reeds 2 uren met de hop gekookt heeft, zoodat men nog 1 uur lang met de suikers koken kan. Als men zoetbier verlangt te bereiden, dan moet men de graangebrouwsels en suikergebrouwsels afzonderlijk bereiden en laten gisten. De suiker vergist dan bijlange niet zoover, bij gebrek aan voedingsstoffen voor de gist. Men vermengt deze bieren dan juist vóór de aflevering op het vat.

De bereiding van wijnachtige- en niet-wijnachtige dubbel Gerstebieren.

Hiertoe gebruikt men het best zware Polder, Deensche of Scandinaafsche gerst. Men laat haar, bij eene temperatuur van 14 a 160 Cels., kiemen tot op eene bladscheutlengte van 4/5; droogt het mout langzaam, en als het handdroog geworden is stijgt men de temp. tot op 8o° C. voor wijnachtige, en tot op ioo° C. voor niet-wijnachtige bieren.

Eerstgenoemde soort van bieren bereidt men, onder toevoeging van 20 % roode tarwe, door de infusiemethode en bij eene temp. van 67° Cels., en laatstgenoemde soort van bieren bereidt men meestendeels door de dekoktiemethode en onder bijvoeging van 7 % rijst en 3 % haver ; als versuikeringstemp. neemt men 73 a 740 Cels.. Voor men overgaat tot het koken van een deel van het beslag, moet de massa minstens V» uur bij 50 a 56° C. ter peptonisatie in de beslagkuip verbleven hebben.

De gisting heeft plaats tusschen 15 en ig° Cels., in kuipen of in vaten van circa 6 hectoliters; ter nagisting wordt het bier op lagervaten overgetrokken; deze lagervaten worden van spanen en hop voorzien. De bom wordt redelijk vast op het vat gedrukt en het bier zoolang liggen gelaten tot het glanshei geworden is.

Sluiten