Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sommige brouwers, welke hun bier in vaten verzenden, laten hetzelve op de gistingstonnen liggen tot het redelijk klaar is en klaren met klaarsel op het uitleveringsvat.

De niet-wijnachtige dubbele bieren worden op het vat sterker gehopt en na 3 a 4 weken uitgeleverd ; de wijnachtige, daarentegen, worden eerst na 3 a 4 maanden uitverkocht en dikwijls nog met oud, zuurder bier versneden.

De wijnachtige bieren geeft men een extractgehalte van 9 a io° Balling, en de andere van 10,5 a 120 Balling. Vóór de uitlevering worden de eerstgenoemde met rietsuiker zoet gemaakt.

Men het opvoegen van ruwe hop (men neemt de fijnste Engelsche hop) op de vaten, moet men voorzichtig zijn, want ik ken gevallen waar de ruwe hop de oorzaak was van erge infecties. Het is veel beter eerst de hop met kokend water te behandelen en na afkoeling alles op het vat te gieten.

Goed dubbel bier, dat hier rond Antwerpen zeer in den smaak valt, wordt als volgt bereid :

Goed uitgegist gerstebier van eene stamwort van 1,033 wordt met 10 °/o sterke Lambik en eene hoeveelheid zoet naar goedvinden vermengd. Dit bier schikt zich vooral voor den verkoop op flesschen.

De bereiding van Gerstebier in den ouden tijd.

De gerst (Polder-) werd in tamelijk hooge schicht tot op de 4/5 der korrellengte bij 20 a 240 C. kiemen gelaten, en daarna op den eest door een cokesvuur langzaam gedroogd.

Voor Antwerpsch bruinbier gebruikte men :

88 % gerstemout,

6 % haver,

6 % tarwe.

Voor Diestersch bier : 44 °/o mout,

40 °/0 tarwe,

16 % haver.

Voor Liersche caves : 70 % mout,

15 % tarwe,

15 % haver.

Het breed gemalen graan werd in de op '/3 met water van 48 a 500 Cels. gevulde kuip geschud, goed bewerkt, nog wat heet water (van 6o° C.) bijgelaten en wederom met harken goed

Sluiten