Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

graad neemt in de laatste 24 uren ongeveer 0,17° af. De wort van het volgende brouwsel wordt nu gepompt op de gist, welke zich bevindt in de kuip die gebruikt is geweest om er het bier van het vorige brouwsel in te laten afzetten, en dan verder behandeld zooals boven is aangegeven.

Het tot vertonnen rijpe bier wordt op eene temp. van 11 a 120 C. onder druk met koolzuur verzadigd, door middel van een koeltoestel op o a i° C. gebracht, om de proteïnstoffen af te scheiden, en op een klaarvat met klaarsel vermengd.Weldra begint het bier zich te breken en is binnen 15-20 dagen klaar om op 't uitleveringsvat getapt te worden.

Op weg naar het fust wordt het bier gefiltreed en met de gewenschte hoeveelheid koolzuur ingespoten. Het op deze wijze gefabriceerd bier is vrij van gistsmaak, en laat zich, wat smaak en duurzaamheid betreft, in elk opzicht goed vergelijken met exportbier, dat op de gewone manier gebrouwen is, drie maanden gelegen heeft, en met een weinig krulbier vermengd of wel gecarboniseerd werd. Het exportbier op fust houdt zich goed, want wegens de hooge temp. waarbij de gisting verliep, is de maximum-vergistingsgraad reeds gedurende de hoofdgisting bereikt, en aangezien het bier in het transportvat dientengevolge geen noemenswaardige hoeveelheid suiker bevat, is het minder aan nagisting onderhevig dan öpgekruld bier, dat lang gelegen heeft. Het is ook beter dan bier dat bij een lage temp. vergastte, bestorven is en gecarboniseerd werd, want ?ulk bier heeft den maximum-vergistingsgraad, zelfs na lang liggen, niet bereikt. Ook als gepasteuriseerd bier op flesschen houdt het zich goed, want wegens de zeer lage temp. in het klaarvat, scheiden zich de nadeelige eiwitstoffen in volkomener mate af, dan wanneer het bier 2-3 maanden in een legkelder van 0-20 C. had gelegen.

Het is bij deze stelsels zeer aan te bevelen xo a 15 % rijstmeel of maïsmeel te gebruiken.

Het beschreven procédé is dit van Schneible. Jacquemin handelt bijna op dezelfde wijze, doch hij laat in een kelder van 10 a 120 C. vergisten en houdt de temp. door afkoeling tusschen 12 a 150 C.; hij gebruikt ook gistreincultuur. Pfaundler gebruikt gesloten ijzeren gistingkuipen, welke wit geëmailleerd zijn. De voorgisting geschiedt bij eene temp. van 10 a 120 C. onder gedurige verluchting door gefiltreerde lucht en bij een luchtledige, van 35 a 40 millim. kwikzilverzuil. Men gebruikt zeer weinig zetgist. Na 5 a 7 dagen, wanneer de voor- of hoofdgisting afgeloopen is, koelt men het bier af om de gist te laten afzetten, en trekt voorzichtig in een

9

Sluiten