Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarop zich reeds de eerste en tweede wort van den meelketel bevinden. De bostel in den meelketel wordt nogmaals met eene zekere hoeveelheid kokend water uitgeloogd, alles bij den bostel in de beslagkuip gebracht, goed gemengd, i uur staan gelaten en klaar afgetrokken. Deze wort dient voor klein bier en wordt gedurende i uur met de in den hopketel achtergebleven hop gekookt.

In den zomer koelt men de wort op 22-230 C. en in den winter op 27-28° C. af. In de geilkuip vermengt men de wort met de gist en trekt seffens op verzendingsvaten af. Men plaatst deze vaten niet op hunnen buik, juist met het bomgat naar boven, zooals gewoonlijk de mode is, doch stelt ze op hunnen kop, na het bomgat toegeslagen te hebben, en opent het kurkgat. Om het overdrijven van het schuim te beletten, plaatst meh een lossen ring op den bodem der ton. Na circa 4 a 5 dagen is de hoofdgisting afgeloopen; men reinigt dan te ton van gist enz., stopt het kurkgat, legt de ton op haren buik, vult ze aan en het Leuvens is tot verzenden en verbruik gereed.

Eene andere soort van troebel witbier is het Peeterman, hetzelve in eene soort van dubbel Leuvensch; het wordt ongeveer op dezelfde wijze als het gewoon Leuvensch bereid, met dit verschil dat men geene haver gebruikt, wat minder trekt en op den hopketel bij de wort voor het koken nog 1 V» a 2 kgr. stokvisch of vellen van stokvisch toevoegt, alsook dat men 100 gr. hop per hl. meer gebruikt.

Het Leuvensch is een troebel lichtgeel bier met aangenamen en verfrisschenden smaak; het Peeterman is bruingeel, dik en veel zoeter van smaak. De attenuatie bedraagt gemiddeld 50 %. De nagisting is derhalve sterk en levendig.

Het aanvangszuurgehalte bedraagt 0,058 a 0,072 °/0 als melkzuur berekend ; gedurende den uitverkoop stijgt hetzelve tot 0,350 a 0,425 %. Dus, hoe verschel" het Leuvensch gedronken wordt, des te beter zal het smaken.

In de laatste jaren wordt er ook klare Leuvensch gemaakt, daartoe gebruikt men 55 % mout, 35 °/0 tarwe en 10 % haver. De treksels worden bij 67 a 70° Cels. genomen.

Trippel Wit.

Storting : 70 % ongemoute doch gewasschen en goed geceste Rigagerst; 20 % gemoute en bij 6o° C. afgeëeste Rigagerst; 10 °lo schoone lichte moutscheuten.

Sluiten